BWBR0030378
Geldig vanaf 2014-02-01
Artikel 2.3.5
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden buiten het stedelijk gebied maakt ten opzichte van het daaraan voorafgaande geldende bestemmingsplan geen nieuwe bebouwing mogelijk.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. bouwwerken ten behoeve van tijdelijke of seizoensgebonden activiteiten;
b. herbouw of verbouw van een bestaand bouwwerk waarbij een eenmalige uitbreiding van het grondoppervlak met ten hoogste tien procent is toegestaan, te rekenen vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit;
c. bouwwerken voor het openbaar belang voor zover deze bouwwerken niet buiten de gronden, bedoeld in het eerste lid, tot stand gebracht kunnen worden. Tot deze bouwwerken behoren in elk geval: 1°. bouwwerken voor telecommunicatievoorzieningen, opsporing, winning, opslag en transport van olie, gas en water, transport van elektriciteit en kleinschalige opwekking van elektriciteit door middel van windturbines;
2°. bouwwerken voor het operationeel beheer van natuur of van hulpdiensten;
3°. bouwwerken voor de waterstaatkundige functie van het kustfundament;
1°. bouwwerken voor telecommunicatievoorzieningen, opsporing, winning, opslag en transport van olie, gas en water, transport van elektriciteit en kleinschalige opwekking van elektriciteit door middel van windturbines;
2°. bouwwerken voor het operationeel beheer van natuur of van hulpdiensten;
3°. bouwwerken voor de waterstaatkundige functie van het kustfundament;
d. recreatieve bebouwing.
3. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover nieuwe bebouwing bijdraagt aan versterking van het zandige deel van het kustfundament.
4. Bij provinciale verordening worden in het belang van de bescherming en instandhouding van de kernkwaliteiten en collectieve waarden van het kustfundament regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen in afwijking van een bestemmingsplan voor zover het gaat om recreatieve bebouwing.
5. Tot de kernkwaliteiten en collectieve waarden van het kustfundament behoren:
a. vrij zicht en grootschaligheid;
b. de natuurlijke dynamiek van het kustsysteem;
c. robuuste waterstaat;
d. het contrast tussen compacte bebouwingskernen en uitgestrekte onbebouwde gebieden;
e. het contrast tussen kustfundament en achterland;
f. kusterfgoed in duingebied en achterland;
g. specifieke kenmerken kustplaats in relatie tot achterland, en
h. specifieke gebruikskwaliteiten.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. bouwwerken ten behoeve van tijdelijke of seizoensgebonden activiteiten;
b. herbouw of verbouw van een bestaand bouwwerk waarbij een eenmalige uitbreiding van het grondoppervlak met ten hoogste tien procent is toegestaan, te rekenen vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit;
c. bouwwerken voor het openbaar belang voor zover deze bouwwerken niet buiten de gronden, bedoeld in het eerste lid, tot stand gebracht kunnen worden. Tot deze bouwwerken behoren in elk geval: 1°. bouwwerken voor telecommunicatievoorzieningen, opsporing, winning, opslag en transport van olie, gas en water, transport van elektriciteit en kleinschalige opwekking van elektriciteit door middel van windturbines;
2°. bouwwerken voor het operationeel beheer van natuur of van hulpdiensten;
3°. bouwwerken voor de waterstaatkundige functie van het kustfundament;
1°. bouwwerken voor telecommunicatievoorzieningen, opsporing, winning, opslag en transport van olie, gas en water, transport van elektriciteit en kleinschalige opwekking van elektriciteit door middel van windturbines;
2°. bouwwerken voor het operationeel beheer van natuur of van hulpdiensten;
3°. bouwwerken voor de waterstaatkundige functie van het kustfundament;
d. recreatieve bebouwing.
3. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover nieuwe bebouwing bijdraagt aan versterking van het zandige deel van het kustfundament.
4. Bij provinciale verordening worden in het belang van de bescherming en instandhouding van de kernkwaliteiten en collectieve waarden van het kustfundament regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen in afwijking van een bestemmingsplan voor zover het gaat om recreatieve bebouwing.
5. Tot de kernkwaliteiten en collectieve waarden van het kustfundament behoren:
a. vrij zicht en grootschaligheid;
b. de natuurlijke dynamiek van het kustsysteem;
c. robuuste waterstaat;
d. het contrast tussen compacte bebouwingskernen en uitgestrekte onbebouwde gebieden;
e. het contrast tussen kustfundament en achterland;
f. kusterfgoed in duingebied en achterland;
g. specifieke kenmerken kustplaats in relatie tot achterland, en
h. specifieke gebruikskwaliteiten.