BWBR0030378
Geldig vanaf 2014-02-01
Artikel 2.12.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
1. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die ten opzichte van het ten tijde van inwerkingtreding van deze titel geldende bestemmingsplan nieuwe bebouwing of landaanwinning mogelijk maken. Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van deze titel geen bestemmingsplan geldt, maakt een bestemmingsplan geen nieuwe bebouwing of landaanwinning mogelijk.
2. Het eerste lid geldt niet voor nieuwe bebouwing of landaanwinning, die na 22 december 2009 in een bestemmingsplan zijn of worden mogelijk gemaakt met een totale oppervlakte per gemeente van ten hoogste:
a. 350 hectare voor de gemeente Amsterdam, ten behoeve van IJburg tweede fase;
b. 700 hectare voor de gemeente Almere, waarvan: 1°. ten hoogste 12 hectare in het Gooimeer ten behoeve van het project Hoogtij en;
2°. het overige oppervlak in het Markermeer ten behoeve van het project Schaalsprong Almere;
1°. ten hoogste 12 hectare in het Gooimeer ten behoeve van het project Hoogtij en;
2°. het overige oppervlak in het Markermeer ten behoeve van het project Schaalsprong Almere;
c. 150 hectare voor de gemeente Lelystad ten behoeve van woondoeleinden, daaraan gerelateerde activiteiten en een overslaghaven;
d. 35 hectare voor de gemeente Harderwijk ten behoeve van het project Waterfront Harderwijk;
e. 12 hectare voor de gemeente Gaasterlân-Sleat, waarvan: 1°. 7 hectare ten behoeve van een tijdelijk werkeiland voor de winning van beton- en metselzand, en;
2°. 5 hectare voor nieuwe bebouwingen en landaanwinningen als bedoeld in onderdeel f;
1°. 7 hectare ten behoeve van een tijdelijk werkeiland voor de winning van beton- en metselzand, en;
2°. 5 hectare voor nieuwe bebouwingen en landaanwinningen als bedoeld in onderdeel f;
f. 5 hectare voor niet in dit lid genoemde gemeenten ten behoeve van: 1°. natuurontwikkeling;
2°. andere bestemmingen dan natuurontwikkeling, aansluitend op de bestaande bebouwing.
1°. natuurontwikkeling;
2°. andere bestemmingen dan natuurontwikkeling, aansluitend op de bestaande bebouwing.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op overstroombare natuurontwikkeling en daarvoor benodigde beschermende waterstaatkundige constructies, projecten in het kader van dijk- of kustversterking en projecten van nationaal belang met betrekking tot windenergie.
4. Voor de toepassing van het tweede lid geldt de gemeentelijke indeling op 22 december 2009.
2. Het eerste lid geldt niet voor nieuwe bebouwing of landaanwinning, die na 22 december 2009 in een bestemmingsplan zijn of worden mogelijk gemaakt met een totale oppervlakte per gemeente van ten hoogste:
a. 350 hectare voor de gemeente Amsterdam, ten behoeve van IJburg tweede fase;
b. 700 hectare voor de gemeente Almere, waarvan: 1°. ten hoogste 12 hectare in het Gooimeer ten behoeve van het project Hoogtij en;
2°. het overige oppervlak in het Markermeer ten behoeve van het project Schaalsprong Almere;
1°. ten hoogste 12 hectare in het Gooimeer ten behoeve van het project Hoogtij en;
2°. het overige oppervlak in het Markermeer ten behoeve van het project Schaalsprong Almere;
c. 150 hectare voor de gemeente Lelystad ten behoeve van woondoeleinden, daaraan gerelateerde activiteiten en een overslaghaven;
d. 35 hectare voor de gemeente Harderwijk ten behoeve van het project Waterfront Harderwijk;
e. 12 hectare voor de gemeente Gaasterlân-Sleat, waarvan: 1°. 7 hectare ten behoeve van een tijdelijk werkeiland voor de winning van beton- en metselzand, en;
2°. 5 hectare voor nieuwe bebouwingen en landaanwinningen als bedoeld in onderdeel f;
1°. 7 hectare ten behoeve van een tijdelijk werkeiland voor de winning van beton- en metselzand, en;
2°. 5 hectare voor nieuwe bebouwingen en landaanwinningen als bedoeld in onderdeel f;
f. 5 hectare voor niet in dit lid genoemde gemeenten ten behoeve van: 1°. natuurontwikkeling;
2°. andere bestemmingen dan natuurontwikkeling, aansluitend op de bestaande bebouwing.
1°. natuurontwikkeling;
2°. andere bestemmingen dan natuurontwikkeling, aansluitend op de bestaande bebouwing.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op overstroombare natuurontwikkeling en daarvoor benodigde beschermende waterstaatkundige constructies, projecten in het kader van dijk- of kustversterking en projecten van nationaal belang met betrekking tot windenergie.
4. Voor de toepassing van het tweede lid geldt de gemeentelijke indeling op 22 december 2009.