1. Op een vergunning voor permanent opslaan van CO 2die is verleend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijft de
Mijnbouwwetzoals die gold voor dat tijdstip van toepassing tot 25 juni 2011.
2. De houder van de vergunning, bedoeld in het eerste lid, of, indien de vergunning door meerdere personen wordt gehouden, een aangewezen persoon als bedoeld in
artikel 22 van de Mijnbouwwetdient binnen vier weken na de inwerkingtreding van deze wet bij Onze Minister een aanvraag in tot aanpassing van zijn vergunning aan de voorschriften van de
Mijnbouwwet.
3. De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, bevat gegevens als bedoeld in
artikel 31b van de Mijnbouwwet.
4. Onze Minister past al dan niet ambtshalve de vergunning na ontvangst van de aanvraag zodanig aan dat deze met ingang van 25 juni 2011 in overeenstemming is met de voorschriften, gesteld bij of krachtens de
Mijnbouwwet. Van het besluit wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.