BWBR0030284
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 84
Wet voortgezet onderwijs BES
Benoembaarheid onderwijsondersteunende functionarissen ... [Regeling vervallen per 01-08-2022] 1 De onderwijsondersteunend functionaris kan worden belast met in artikel 86, derde lid , bedoelde werkzaamheden in het voortgezet onderwijs indien deze: a. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven ingevolge de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES , die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden, en b. in het bezit is van een getuigschrift afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek of de Wet educatie en beroepsonderwijs BES , dat is voldaan aan de in artikel 86, derde lid , bedoelde bekwaamheidseisen, of c. in het bezit is van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties , verleend ten aanzien van de door hem te verrichten werkzaamheden, of d. niet krachtens rechterlijke uitspraak is uitgesloten van het verrichten van die werkzaamheden. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop een onderwijsondersteunende functionaris zijn bekwaamheid kan aantonen. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op een onderwijsondersteunende functionaris voor zover deze is belast met werkzaamheden in verband met contractactiviteiten. 4 De onderwijsondersteunende functionaris die niet voldoet aan de eisen van het eerste lid, onder b, c of d, mag voor zover het werkzaamheden betreft waarvoor op grond van artikel 86, derde lid , bekwaamheidseisen zijn vastgesteld, niettemin met die werkzaamheden worden belast, voor een periode van ten hoogste twee jaren. Aan de eerste volzin wordt uitsluitend toepassing gegeven indien het bevoegd gezag en betrokkene in ieder geval schriftelijk hebben verklaard dat betrokkene verplicht is zich in te spannen om binnen twee jaren alsnog te voldoen aan de bekwaamheidseisen voor die werkzaamheden. 5 Ten aanzien van ho-studenten aan een opleiding als bedoeld in artikel 7.7, tweede lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en mbo-studenten aan de beroepsbegeleidende leerweg van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES die in het kader van die opleiding onderwijsondersteunende werkzaamheden verrichten waarvoor op grond van artikel 86, derde lid , bekwaamheidseisen zijn vastgesteld, kan voor de duur van die werkzaamheden worden afgeweken van het eerste lid onder b tot en met d.