BWBR0030284
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 163
Wet voortgezet onderwijs BES
Vaststelling uitgaven en inkomsten personeels- en exploitatiekosten; vaststelling percentage t.b.v. niet door het openbaar lichaam in stand gehouden scholen ... [Regeling vervallen per 01-08-2022] 1 Indien een openbaar lichaam een of meer scholen in stand houdt, stelt het bestuurscollege jaarlijks met betrekking tot die scholen voorlopig vast: a. het totaal van de bedragen die in het voorafgaande kalenderjaar zijn uitgegeven ten behoeve van de personeelskosten, b. het totaal van de bedragen die in het voorafgaande kalenderjaar zijn uitgegeven ten behoeve van de exploitatiekosten, c. het totaal van de ontvangen bekostiging, bedoeld in artikel 152 , en de bedragen die krachtens artikel 172, tweede lid, tweede volzin voor personeel of voorzieningen in de exploitatie worden aangewend, d. het totaal van de ontvangen aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 156 , e. een staat van voorzieningen die zijn ingesteld ten behoeve van het openbaar onderwijs. 2 Indien een openbaar lichaam een deel van de ontvangsten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c of d toevoegt aan een voorziening, wordt dat deel aangemerkt als een uitgave als bedoeld in dat lid, onderdeel a, onderscheidenlijk als een uitgave als bedoeld in de onderdelen c en d van dat lid. Indien het openbaar lichaam bedragen aan een voorziening onttrekt, worden deze aangemerkt als ontvangsten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c of d. 3 Bij het vaststellen van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, d en e, worden buiten beschouwing gelaten de uitgaven en ontvangsten voor administratie, beheer en bestuur, bedoeld in artikel 152, vierde lid, onderdeel g . 4 Bij het vaststellen van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b worden buiten beschouwing gelaten de uitgaven die worden gedekt door ontvangsten van bedragen die door derden zijn betaald, en de uitgaven voor de voorzieningen waarvoor het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school op grond van de regeling, bedoeld in artikel 162, eerste lid , een aanvraag bij het openbaar lichaam kon indienen en wel gedurende de periode waarvoor een dergelijke aanvraag kon worden gedaan. 5 Indien het openbaar lichaam een deel van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten overdraagt aan een ander bevoegd gezag, wordt dat deel aangemerkt als een uitgave als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of onderdeel b. Indien door een ander bevoegd gezag een deel van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten aan het openbaar lichaam wordt overgedragen, wordt dat deel aangemerkt als een ontvangst als bedoeld in eerste lid, onderdeel c. 6 Om de vijf jaar stelt het bestuurscollege voorlopig vast het totaal van de vastgestelde uitgaven en ontvangsten in de voorafgaande vijf kalenderjaren, zoals in het eerste tot en met vijfde lid is aangegeven. Indien de uitgaven hoger zijn dan de ontvangsten, bepaalt het bestuurscollege tevens het bedrag van de overschrijding. Indien het openbaar lichaam vanaf een tijdstip binnen een periode van vijf jaar als bedoeld in de eerste volzin geen school in stand houdt, stelt het bestuurscollege in afwijking van die volzin zo spoedig mogelijk na dat tijdstip voorlopig vast het totaal van de vastgestelde uitgaven en ontvangsten in het aan dat tijdstip voorafgaande deel van de periode van vijf jaar, zoals in het eerste tot en met vijfde lid is aangegeven. 7 Na sluiting van de rekening van het openbaar lichaam stelt het bestuurscollege de in het eerste en zesde lid bedoelde bedragen, zo nodig gewijzigd, vast. In het geval de uitgaven hoger zijn dan de ontvangsten, bedoeld in het zesde lid, drukt het bestuurscollege vervolgens het bedrag van de overschrijding, bedoeld in genoemd lid, uit in een percentage van het totaal van de ontvangsten, bedoeld in het eerste lid onderdelen c en d. Het percentage wordt afgerond tot twee decimalen. Afronding naar beneden vindt plaats indien de derde decimaal kleiner is dan 5, en naar boven indien deze decimaal ten minste 5 bedraagt. 8 Voor de toepassing van de artikelen 163 tot en met 165 worden uitgaven ten behoeve van een nevenvestiging aangemerkt als uitgaven ten behoeve van de hoofdvestiging van de school waaraan de nevenvestiging is verbonden. Indien ten behoeve van een school of nevenvestiging uitgaven worden gedaan door meer dan één openbaar lichaam, worden deze uitgaven aangemerkt als uitgaven van het openbaar lichaam op wier grondgebied de hoofdvestiging is gelegen. In het geval, bedoeld in de vorige volzin worden de besluiten ingevolge de artikelen 163 tot en met 165 genomen door laatstbedoeld openbaar lichaam en hebben deze mede betrekking op de uitgaven van het andere openbaar lichaam of de andere openbare lichamen. Voor de toepassing van de artikelen 163 tot en met 165 wordt een nevenvestiging aangemerkt als een nevenvestiging die is gelegen in het openbaar lichaam van de hoofdvestiging. 9 Het bestuurscollege kan in overeenstemming met het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school besluiten dat met betrekking tot een of meer scholen van dat bevoegd gezag uitgaven die het openbaar lichaam doet ten behoeve van een door hem in stand gehouden school buiten beschouwing worden gelaten bij het vaststellen van de bedragen, bedoeld in dit artikel.