BWBR0030250
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 5.15
Wet dieren
1. Eenieder die diervoeders, diergeneesmiddelen, gemedicineerde diervoeders of dierlijke producten bereidt, bewerkt, verwerkt, voorhanden of in voorraad heeft, opslaat, verpakt, in de handel brengt, verhandelt, vervoert, in of buiten Nederland brengt, vervoedert of onderzoekt, stelt onverwijld Onze Minister op de hoogte indien hij constateert of vermoedt dat deze producten niet voldoen aan het bepaalde bij of krachtens deze wet of de gezondheid van mens of dier of het milieu in gevaar kunnen brengen, alsmede van de maatregelen die hij heeft getroffen ter voorkoming van risico’s voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op grondstoffen voor de bereiding van de in het eerste lid bedoelde diervoeders, diergeneesmiddelen, gemedicineerde diervoeders en dierlijke producten.
3. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op dierenartsen en andere personen als bedoeld in artikel 4.3, eerste liden op degene aan wie een vergunning voor het in de handel brengen van een diergeneesmiddel, is verleend.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het verstrekken van de in het eerste lid bedoelde inlichtingen en over de maatregelen die ter voorkoming van risico’s voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu zijn ondernomen.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op grondstoffen voor de bereiding van de in het eerste lid bedoelde diervoeders, diergeneesmiddelen, gemedicineerde diervoeders en dierlijke producten.
3. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op dierenartsen en andere personen als bedoeld in artikel 4.3, eerste liden op degene aan wie een vergunning voor het in de handel brengen van een diergeneesmiddel, is verleend.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het verstrekken van de in het eerste lid bedoelde inlichtingen en over de maatregelen die ter voorkoming van risico’s voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu zijn ondernomen.