BWBR0030250
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 5.13
Wet dieren
1. De burgemeester van de gemeente waar zich een dier bevindt dat in strijd met het bepaalde krachtens artikel 2.6, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, is gefokt, of dat in strijd met het bepaalde bij en krachtens artikel 2.2, zesde lid, eerste volzin, wordt gehouden, kan besluiten dat dit dier:
a. naar een door hem aangewezen plaats wordt vervoerd, en
b. aldaar wordt gedood.
2. De burgemeester voert de handeling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, niet uit indien de houder binnen zes weken nadat het besluit, bedoeld in het eerste lid, aan hem is bekendgemaakt, een verzoek als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/8:81" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht</a>heeft ingediend en op dat verzoek niet afwijzend is beslist.
a. naar een door hem aangewezen plaats wordt vervoerd, en
b. aldaar wordt gedood.
2. De burgemeester voert de handeling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, niet uit indien de houder binnen zes weken nadat het besluit, bedoeld in het eerste lid, aan hem is bekendgemaakt, een verzoek als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/8:81" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht</a>heeft ingediend en op dat verzoek niet afwijzend is beslist.