BWBR0030250
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 2.9
Wet dieren
1. Het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen is verboden voor een ieder die daartoe niet bij of krachtens artikel 4.1is toegelaten.
2. Het anders dan beroepsmatig verrichten van lichamelijke ingrepen is verboden voor anderen dan de personen, bedoeld in het eerste lid.
3. De verboden, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn niet van toepassing op bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen diergeneeskundige handelingen. De aanwijzing van diergeneeskundige handelingen kan worden beperkt tot het in een bepaalde hoedanigheid verrichten van de aangewezen handeling.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen andere diergeneeskundige handelingen dan lichamelijke ingrepen worden aangewezen waarvan het anders dan beroepsmatig verrichten bij dieren, verboden is.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de kwalificaties van andere personen dan die bij of krachtens artikel 4.1zijn toegelaten, die diergeneeskundige handelingen verrichten, waaronder de opleiding en bij- of nascholing.
6. Het bij en krachtens het eerste tot en met het vijfde lid bepaalde is tevens van toepassing op het verrichten van diergeneeskundige handelingen bij andere dan gehouden dieren.
2. Het anders dan beroepsmatig verrichten van lichamelijke ingrepen is verboden voor anderen dan de personen, bedoeld in het eerste lid.
3. De verboden, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn niet van toepassing op bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen diergeneeskundige handelingen. De aanwijzing van diergeneeskundige handelingen kan worden beperkt tot het in een bepaalde hoedanigheid verrichten van de aangewezen handeling.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen andere diergeneeskundige handelingen dan lichamelijke ingrepen worden aangewezen waarvan het anders dan beroepsmatig verrichten bij dieren, verboden is.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de kwalificaties van andere personen dan die bij of krachtens artikel 4.1zijn toegelaten, die diergeneeskundige handelingen verrichten, waaronder de opleiding en bij- of nascholing.
6. Het bij en krachtens het eerste tot en met het vijfde lid bepaalde is tevens van toepassing op het verrichten van diergeneeskundige handelingen bij andere dan gehouden dieren.