Artikel 1
Geen andere versie om mee te vergelijken [Regeling vervallen per 19-10-2019] In deze verordening wordt verstaan onder: a. een onderneming: een onderneming waarvoor het hoofdbedrijfschap is ingesteld als bedoeld in artikel 3 van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Detailhandel ; b. de ondernemer: degene die een onderneming drijft dan wel degenen die gezamenlijk een onderneming drijven; c. detailhandel: brood- en banketproducten: het aan particulieren verkopen van: - brood, dit is de gebakken eetwaar als bedoeld in artikel 1, sub d, van het Warenwetbesluit meel en brood ; - banket, dit is gebak met slagroom, banketbakkersroom of een dergelijke grondstof, dan wel met vers of gesteriliseerd fruit; - overige bakkersartikelen, dit zijn andere geheel of gedeeltelijk uit meel of bloem bereide artikelen, die gewoonlijk in brood- en banketwinkels worden verkocht, dan wel die naar de aard van de verwerkte grondstoffen of de wijze van verwerking van die grondstoffen vergelijkbaar zijn met de hier bedoelde artikelen, zoals beschuit, koek, koekjes, ragoutwerk, kerstbrood of dergelijke (gelegenheids)producten; d. franchiseformule: een commerciële samenwerkingsvorm tussen ondernemers, waarbij de ene partij (de franchisegever) aan de andere partij (de franchisenemer) tegen een vergoeding het recht verleent om een onderneming te exploiteren volgens een door de franchisegever ontwikkeld systeem en onder een door hem voorgeschreven handelsnaam; e. ambulante handel: markthandel, straathandel en handel te water; f. verkoopplaats: iedere plaats waar de detailhandel anders dan in de uitoefening van de ambulante handel wordt uitgeoefend, alsmede elke voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waar waren aan particulieren te koop worden aangeboden; g. bestemmingsheffing: de heffing die is gebaseerd op artikel twaalf, tweede lid, van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Detailhandel ; h. de voorzitter: de voorzitter van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel.