BWBR0030239
Artikel 13
Regeling Financieel Mandaat RDW
a. Aan de Directie blijven voorbehouden:
– het kwijtschelden van vorderingen;
– het aangaan van nationale en internationale samenwerkingsverbanden;
– het aangaan van verplichtingen in het kader van dienstverlening voor derden, met dien
verstande dat deze verplichtingen ook mogen worden aangegaan door de in de artikelen 9,10 en 11 van deze regeling genoemde functionarissen, voorzover ze de in deze artikelen bedoelde
geldelijke belangen niet te boven gaan;
– de aanschaf van onroerende zaken en het vervreemden van roerende en onroerende zaken.
b. Aan de Directie en de in artikel 1 genoemde functionarissen blijven voorbehouden:
– aangelegenheden met een geldelijk belang waarvan de financiële gevolgen de periode
van drie jaar overschrijden.
– het kwijtschelden van vorderingen;
– het aangaan van nationale en internationale samenwerkingsverbanden;
– het aangaan van verplichtingen in het kader van dienstverlening voor derden, met dien
verstande dat deze verplichtingen ook mogen worden aangegaan door de in de artikelen 9,10 en 11 van deze regeling genoemde functionarissen, voorzover ze de in deze artikelen bedoelde
geldelijke belangen niet te boven gaan;
– de aanschaf van onroerende zaken en het vervreemden van roerende en onroerende zaken.
b. Aan de Directie en de in artikel 1 genoemde functionarissen blijven voorbehouden:
– aangelegenheden met een geldelijk belang waarvan de financiële gevolgen de periode
van drie jaar overschrijden.