Artikel 1
Geen andere versie om mee te vergelijken [Regeling vervallen per 19-10-2019] In deze verordening wordt verstaan onder: a. midden- en kleinbedrijf: ondernemingen met ten hoogste 20 verkoopplaatsen en maximaal 100 werkzame personen; b. een onderneming: een onderneming waarvoor het hoofdbedrijfschap is ingesteld als bedoeld in artikel 3 van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Detailhandel ; c. de ondernemer: degene die een onderneming drijft dan wel degenen die gezamenlijk een onderneming drijven; d. werkzame personen: de personen die doorgaans ten minste 15 uur per week in de onderneming werkzaam zijn. Deze personen kunnen zijn: - al dan niet in dienst van de betrokken onderneming zijnde werknemers; - meewerkend ondernemer; - meewerkend gezinslid van de ondernemer; e. detailhandel in mode: de detailhandel in herenbovenkleding, damesbovenkleding, dames- en herenbovenkleding (algemeen assortiment), textielgoederen (algemeen assortiment), babykleding, kinderkleding, onderkleding/foundation, nappa en lederen kleding, dameshoeden en herenhoeden. Tot de modedetailhandel worden niet gerekend de detailhandel in bruidsmode en gelegenheidskleding, bont en tweedehandskleding; f. ambulante handel; markthandel, straathandel en handel te water; g. verkoopplaats: iedere plaats waar de detailhandel anders dan in de uitoefening van de ambulante handel wordt uitgeoefend, alsmede elke voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waar waren aan particulieren te koop worden aangeboden; h. bestemmingsheffing: de heffing die is gebaseerd op artikel twaalf, tweede lid, van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Detailhandel ; i. de voorzitter: de voorzitter van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel.