BWBR0030229
Artikel 9
Beschikking instantloterij 2011 (2)
1 De stichting zorgt voor een evenwichtig beleid op het gebied van de preventie van
kansspelverslaving en treft de noodzakelijke maatregelen en voorzieningen die nodig
zijn om onmatige deelneming aan de instantloterij zo veel mogelijk te voorkomen.
2 De stichting ziet erop toe dat de verkooppunten onmatige deelneming aan de instantloterij
tegengaan. In de door de stichting op te stellen voorschriften voor de verkooppunten
worden daartoe nadere regels gegeven.
3 In de door de stichting met de verkooppunten te sluiten overeenkomsten wordt de bepaling
opgenomen dat indien de stichting constateert dat het verkooppunt in strijd heeft
gehandeld met het bepaalde in de artikelen 1, aanhef, en onder b, of 14d, eerste lid, van de wet, de stichting met onmiddellijke ingang de overeenkomst opschort voor een door de
stichting te bepalen duur van ten minste drie maanden en ten hoogste drie jaren.
4 De stichting geeft met het oog op het in het tweede lid bedoelde toezicht een door
de staatssecretaris aangewezen onafhankelijke instelling opdracht tot het opstellen
en uitvoeren van een plan tot controle van de verkooppunten.
5 Van de ingevolge het tweede lid gehouden toezicht en de ingevolge het vierde lid gehouden
controles wordt per kwartaal mededeling gedaan aan de staatssecretaris en aan het
college en wordt mededeling gedaan in het jaarverslag.
6 De deelnamebewijzen zijn aan de voorzijde voorzien van de duidelijk leesbare tekst
‘Zet niet alles op het spel – Speel met mate’.
7 De stichting zorgt voor een evenwichtig beleid op het gebied van de wervings- en reclameactiviteiten
en neemt daarbij de haar door de staatssecretaris gegeven aanwijzingen in acht.
kansspelverslaving en treft de noodzakelijke maatregelen en voorzieningen die nodig
zijn om onmatige deelneming aan de instantloterij zo veel mogelijk te voorkomen.
2 De stichting ziet erop toe dat de verkooppunten onmatige deelneming aan de instantloterij
tegengaan. In de door de stichting op te stellen voorschriften voor de verkooppunten
worden daartoe nadere regels gegeven.
3 In de door de stichting met de verkooppunten te sluiten overeenkomsten wordt de bepaling
opgenomen dat indien de stichting constateert dat het verkooppunt in strijd heeft
gehandeld met het bepaalde in de artikelen 1, aanhef, en onder b, of 14d, eerste lid, van de wet, de stichting met onmiddellijke ingang de overeenkomst opschort voor een door de
stichting te bepalen duur van ten minste drie maanden en ten hoogste drie jaren.
4 De stichting geeft met het oog op het in het tweede lid bedoelde toezicht een door
de staatssecretaris aangewezen onafhankelijke instelling opdracht tot het opstellen
en uitvoeren van een plan tot controle van de verkooppunten.
5 Van de ingevolge het tweede lid gehouden toezicht en de ingevolge het vierde lid gehouden
controles wordt per kwartaal mededeling gedaan aan de staatssecretaris en aan het
college en wordt mededeling gedaan in het jaarverslag.
6 De deelnamebewijzen zijn aan de voorzijde voorzien van de duidelijk leesbare tekst
‘Zet niet alles op het spel – Speel met mate’.
7 De stichting zorgt voor een evenwichtig beleid op het gebied van de wervings- en reclameactiviteiten
en neemt daarbij de haar door de staatssecretaris gegeven aanwijzingen in acht.