BWBR0030215
Geldig vanaf 2023-05-04
Artikel 6.01
Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP)
1. De bevoegde autoriteit mag een opleidingsprogramma alleen goedkeuren indien: a) de opleidingsdoelstellingen, leerinhoud, methoden, hulpmiddelen voor kennisoverdracht, procedures, met inbegrip van, in voorkomend geval, het gebruik van simulatoren, en het cursusmateriaal naar behoren zijn gedocumenteerd en aanvragers in staat stellen om de competentienormen te bereiken;
b) de programma’s voor de beoordeling van de betrokken competenties worden uitgevoerd door gekwalificeerde personen met diepgaande kennis van het opleidingsprogramma;
c) het examen wordt afgenomen door gekwalificeerde examinatoren die vrij zijn van belangenconflicten.
a) de opleidingsdoelstellingen, leerinhoud, methoden, hulpmiddelen voor kennisoverdracht, procedures, met inbegrip van, in voorkomend geval, het gebruik van simulatoren, en het cursusmateriaal naar behoren zijn gedocumenteerd en aanvragers in staat stellen om de competentienormen te bereiken;
b) de programma’s voor de beoordeling van de betrokken competenties worden uitgevoerd door gekwalificeerde personen met diepgaande kennis van het opleidingsprogramma;
c) het examen wordt afgenomen door gekwalificeerde examinatoren die vrij zijn van belangenconflicten.
2. Voor de afgifte van kwalificatiecertificaten erkennen de Rijnoeverstaten en België alle diploma’s die na succesvolle afronding van de overeenkomstig het eerste lid door andere landen op grond van dit reglement of Richtlijn (EU) 2017/2397 goedgekeurde opleidingsprogramma’s werden afgegeven.
3. De bevoegde autoriteiten stellen de CCR op de hoogte van elk besluit over de goedkeuring van een opleidingsprogramma of over de intrekking of opschorting van de goedkeuring. De lijst van goedgekeurde opleidingsprogramma’s wordt door de CCR op de website geplaatst.
4. De goedkeuring wordt verleend voor onbepaalde tijd. Na tien jaar moet de organisator van het opleidingsprogramma aan de bevoegde autoriteit schriftelijke stukken overleggen waaruit blijkt dat het opleidingsprogramma nog steeds voldoet aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden.
5. Indien een opleidingsprogramma niet meer aan de voorwaarden van het eerste lid voldoet, wordt de goedkeuring onverwijld door de bevoegde autoriteit ingetrokken of opgeschort. Diploma’s die zijn uitgereikt na de intrekking of opschorting worden niet meer door de bevoegde autoriteit voor de afgifte van een kwalificatiecertificaat in aanmerking genomen.
b) de programma’s voor de beoordeling van de betrokken competenties worden uitgevoerd door gekwalificeerde personen met diepgaande kennis van het opleidingsprogramma;
c) het examen wordt afgenomen door gekwalificeerde examinatoren die vrij zijn van belangenconflicten.
a) de opleidingsdoelstellingen, leerinhoud, methoden, hulpmiddelen voor kennisoverdracht, procedures, met inbegrip van, in voorkomend geval, het gebruik van simulatoren, en het cursusmateriaal naar behoren zijn gedocumenteerd en aanvragers in staat stellen om de competentienormen te bereiken;
b) de programma’s voor de beoordeling van de betrokken competenties worden uitgevoerd door gekwalificeerde personen met diepgaande kennis van het opleidingsprogramma;
c) het examen wordt afgenomen door gekwalificeerde examinatoren die vrij zijn van belangenconflicten.
2. Voor de afgifte van kwalificatiecertificaten erkennen de Rijnoeverstaten en België alle diploma’s die na succesvolle afronding van de overeenkomstig het eerste lid door andere landen op grond van dit reglement of Richtlijn (EU) 2017/2397 goedgekeurde opleidingsprogramma’s werden afgegeven.
3. De bevoegde autoriteiten stellen de CCR op de hoogte van elk besluit over de goedkeuring van een opleidingsprogramma of over de intrekking of opschorting van de goedkeuring. De lijst van goedgekeurde opleidingsprogramma’s wordt door de CCR op de website geplaatst.
4. De goedkeuring wordt verleend voor onbepaalde tijd. Na tien jaar moet de organisator van het opleidingsprogramma aan de bevoegde autoriteit schriftelijke stukken overleggen waaruit blijkt dat het opleidingsprogramma nog steeds voldoet aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden.
5. Indien een opleidingsprogramma niet meer aan de voorwaarden van het eerste lid voldoet, wordt de goedkeuring onverwijld door de bevoegde autoriteit ingetrokken of opgeschort. Diploma’s die zijn uitgereikt na de intrekking of opschorting worden niet meer door de bevoegde autoriteit voor de afgifte van een kwalificatiecertificaat in aanmerking genomen.