BWBR0030215
Geldig vanaf 2023-05-04
Artikel 5.01
Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP)
1. Het krachtens dit reglement afgegeven dienstboekje voor de leden van de bemanning, met uitzondering van de schipper bevat algemene gegevens, zoals het bewijs van medische geschiktheid en de kwalificatiecertificaten van de houder als bedoeld in artikel 3.02, en specifieke gegevens over de afgelegde reizen en met name gedetailleerde gegevens met betrekking tot de door de houder gemaakte vaartijd.
2. Het krachtens dit reglement afgegeven dienstboekje voor de leden van de bemanning die geen schipper zijn, wordt volgens het model in de ES-QIN (Deel V, hoofdstuk 2) afgegeven. Het dienstboekje voor de schipper wordt volgens het model in de ES-QIN (Deel V, hoofdstuk 4) afgegeven.
3. De bevoegde autoriteit is verantwoordelijk voor het invullen van de algemene gegevens en de afstempeling ter controle. De bevoegde autoriteit kan verlangen dat vaartijdenboeken dan wel uittreksels daarvan of andere relevante bewijsstukken getoond worden. De bevoegde autoriteit voorziet alleen ingeschreven reizen van een stempel die niet langer dan 15 maanden geleden zijn afgelegd.
4. Een bemanningslid dat houder is van een kwalificatiecertificaat is slechts in het bezit van één actief dienstboekje.
5. De houder overhandigt het dienstboekje aan de schipper bij de eerste indiensttreding aan boord.
6. De schipper is verantwoordelijk voor de regelmatige aantekening van specifieke gegevens met betrekking tot de afgelegde reizen in het dienstboekje. De schipper a) bewaart het dienstboekje op een veilige plaats in het stuurhuis tot aan het einde van het dienstverband, arbeidscontract dan wel andere regeling;
b) geeft het dienstboekje te allen tijde meteen aan de houder terug, als deze daarom verzoekt.
a) bewaart het dienstboekje op een veilige plaats in het stuurhuis tot aan het einde van het dienstverband, arbeidscontract dan wel andere regeling;
b) geeft het dienstboekje te allen tijde meteen aan de houder terug, als deze daarom verzoekt.
2. Het krachtens dit reglement afgegeven dienstboekje voor de leden van de bemanning die geen schipper zijn, wordt volgens het model in de ES-QIN (Deel V, hoofdstuk 2) afgegeven. Het dienstboekje voor de schipper wordt volgens het model in de ES-QIN (Deel V, hoofdstuk 4) afgegeven.
3. De bevoegde autoriteit is verantwoordelijk voor het invullen van de algemene gegevens en de afstempeling ter controle. De bevoegde autoriteit kan verlangen dat vaartijdenboeken dan wel uittreksels daarvan of andere relevante bewijsstukken getoond worden. De bevoegde autoriteit voorziet alleen ingeschreven reizen van een stempel die niet langer dan 15 maanden geleden zijn afgelegd.
4. Een bemanningslid dat houder is van een kwalificatiecertificaat is slechts in het bezit van één actief dienstboekje.
5. De houder overhandigt het dienstboekje aan de schipper bij de eerste indiensttreding aan boord.
6. De schipper is verantwoordelijk voor de regelmatige aantekening van specifieke gegevens met betrekking tot de afgelegde reizen in het dienstboekje. De schipper a) bewaart het dienstboekje op een veilige plaats in het stuurhuis tot aan het einde van het dienstverband, arbeidscontract dan wel andere regeling;
b) geeft het dienstboekje te allen tijde meteen aan de houder terug, als deze daarom verzoekt.
a) bewaart het dienstboekje op een veilige plaats in het stuurhuis tot aan het einde van het dienstverband, arbeidscontract dan wel andere regeling;
b) geeft het dienstboekje te allen tijde meteen aan de houder terug, als deze daarom verzoekt.