BWBR0030215
Geldig vanaf 2023-05-04
Artikel 19.07
Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP)
1. Voor de bepaling van de minimumbemanning van zeeschepen is deel II van dit reglement van toepassing.
2. In afwijking van het eerste lid kunnen zeeschepen blijven varen onder de bemanningsregeling die voorzien is in de bepalingen van Resolutie A. 481 (XII) van de IMO en van de STCW-Overeenkomst, onder voorwaarde dat het aantal bemanningsleden ten minste overeenkomt met de minimumbemanning zoals voorgeschreven in deel II voor exploitatiewijze B, waarbij met name rekening dient te worden gehouden met artikel 19.02 en 19.06 van dit reglement.
In dit geval moeten de dienovereenkomstige documenten waaruit de bekwaamheid van de bemanningsleden en hun aantal blijkt, aan boord aanwezig zijn. Bovendien bevindt zich een persoon aan boord die houder is van het kwalificatiecertificaat schipper dat geldig is voor het te bevaren riviergedeelte. Na een vaartijd van ten hoogste 14 uur per periode van 24 uur wordt deze houder van het kwalificatiecertificaat schipper door een andere houder van het kwalificatiecertificaat schipper vervangen.
In het logboek worden de volgende aantekeningen gemaakt:
a) de naam van de houders van het kwalificatiecertificaat schipper die zich aan boord bevinden, alsmede het begin en einde van hun diensttijd;
b) begin, onderbreking, voortzetting en einde van de vaart met vermelding van de volgende gegevens: datum, tijdstip en plaats met aanduiding van de kilometerraai.
2. In afwijking van het eerste lid kunnen zeeschepen blijven varen onder de bemanningsregeling die voorzien is in de bepalingen van Resolutie A. 481 (XII) van de IMO en van de STCW-Overeenkomst, onder voorwaarde dat het aantal bemanningsleden ten minste overeenkomt met de minimumbemanning zoals voorgeschreven in deel II voor exploitatiewijze B, waarbij met name rekening dient te worden gehouden met artikel 19.02 en 19.06 van dit reglement.
In dit geval moeten de dienovereenkomstige documenten waaruit de bekwaamheid van de bemanningsleden en hun aantal blijkt, aan boord aanwezig zijn. Bovendien bevindt zich een persoon aan boord die houder is van het kwalificatiecertificaat schipper dat geldig is voor het te bevaren riviergedeelte. Na een vaartijd van ten hoogste 14 uur per periode van 24 uur wordt deze houder van het kwalificatiecertificaat schipper door een andere houder van het kwalificatiecertificaat schipper vervangen.
In het logboek worden de volgende aantekeningen gemaakt:
a) de naam van de houders van het kwalificatiecertificaat schipper die zich aan boord bevinden, alsmede het begin en einde van hun diensttijd;
b) begin, onderbreking, voortzetting en einde van de vaart met vermelding van de volgende gegevens: datum, tijdstip en plaats met aanduiding van de kilometerraai.