BWBR0030215
Geldig vanaf 2023-05-04
Artikel 19.05
Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP)
1. Wanneer de uitrusting van een motorschip, een duwboot, een hecht samenstel, een andere hechte samenstelling of een passagiersschip niet voldoet aan de standaard S1, zoals bepaald in artikel 19.01 van het onderhavige reglement, dient de minimumbemanning, zoals bedoeld in de artikelen 19.02, 19.03 of 19.04, te worden verhoogd a) in de exploitatiewijze A1 en A2 telkens met één matroos, en
b) in de exploitatiewijze B met twee matrozen. Wordt alleen niet voldaan aan de gestelde eisen in de onderdelen g en j, respectievelijk de onderdelen g of j van de standaard S1, zoals bedoeld in artikel 19.01, lid 1.1, dan wordt de bemanning bij exploitatiewijze B met één matroos in plaats van twee verhoogd.
a) in de exploitatiewijze A1 en A2 telkens met één matroos, en
b) in de exploitatiewijze B met twee matrozen. Wordt alleen niet voldaan aan de gestelde eisen in de onderdelen g en j, respectievelijk de onderdelen g of j van de standaard S1, zoals bedoeld in artikel 19.01, lid 1.1, dan wordt de bemanning bij exploitatiewijze B met één matroos in plaats van twee verhoogd.
2. Voldoet de uitrusting van een vaartuig slechts gedeeltelijk aan de standaard S1 zoals deze is bepaald in artikel 19.01 van dit reglement, en niet aan één of meer van de in artikel 19.01, lid 1.1, onderdelen a tot en met c, van dit reglement gestelde eisen wordt voldaan, dan a) moet in de exploitatiewijzen A1 en A2 de matroos, zoals voorgeschreven in het eerste lid, onderdeel a, door een volmatroos, en;
b) moeten de twee matrozen in de exploitatiewijze B, zoals voorgeschreven in het eerste lid, onderdeel b door twee volmatrozen worden vervangen. In het in de eerste zin bedoelde geval kunnen de volmatrozen door matrozen worden vervangen, indien de volmatrozen reeds deel uitmaken van de in artikel 19.02, artikel 19.03 of artikel 19.04 voorgeschreven minimumbemanning.
a) moet in de exploitatiewijzen A1 en A2 de matroos, zoals voorgeschreven in het eerste lid, onderdeel a, door een volmatroos, en;
b) moeten de twee matrozen in de exploitatiewijze B, zoals voorgeschreven in het eerste lid, onderdeel b door twee volmatrozen worden vervangen.
3. De verhoging van de vereiste bemanning wordt door de Commissie van Deskundigen onder nummer 47 van het binnenschipcertificaat ingeschreven.
b) in de exploitatiewijze B met twee matrozen. Wordt alleen niet voldaan aan de gestelde eisen in de onderdelen g en j, respectievelijk de onderdelen g of j van de standaard S1, zoals bedoeld in artikel 19.01, lid 1.1, dan wordt de bemanning bij exploitatiewijze B met één matroos in plaats van twee verhoogd.
a) in de exploitatiewijze A1 en A2 telkens met één matroos, en
b) in de exploitatiewijze B met twee matrozen. Wordt alleen niet voldaan aan de gestelde eisen in de onderdelen g en j, respectievelijk de onderdelen g of j van de standaard S1, zoals bedoeld in artikel 19.01, lid 1.1, dan wordt de bemanning bij exploitatiewijze B met één matroos in plaats van twee verhoogd.
2. Voldoet de uitrusting van een vaartuig slechts gedeeltelijk aan de standaard S1 zoals deze is bepaald in artikel 19.01 van dit reglement, en niet aan één of meer van de in artikel 19.01, lid 1.1, onderdelen a tot en met c, van dit reglement gestelde eisen wordt voldaan, dan a) moet in de exploitatiewijzen A1 en A2 de matroos, zoals voorgeschreven in het eerste lid, onderdeel a, door een volmatroos, en;
b) moeten de twee matrozen in de exploitatiewijze B, zoals voorgeschreven in het eerste lid, onderdeel b door twee volmatrozen worden vervangen. In het in de eerste zin bedoelde geval kunnen de volmatrozen door matrozen worden vervangen, indien de volmatrozen reeds deel uitmaken van de in artikel 19.02, artikel 19.03 of artikel 19.04 voorgeschreven minimumbemanning.
a) moet in de exploitatiewijzen A1 en A2 de matroos, zoals voorgeschreven in het eerste lid, onderdeel a, door een volmatroos, en;
b) moeten de twee matrozen in de exploitatiewijze B, zoals voorgeschreven in het eerste lid, onderdeel b door twee volmatrozen worden vervangen.
3. De verhoging van de vereiste bemanning wordt door de Commissie van Deskundigen onder nummer 47 van het binnenschipcertificaat ingeschreven.