BWBR0030215
Geldig vanaf 2023-05-04
Artikel 18.04
Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP)
1. Aan boord van elk vaartuig, met uitzondering van sleep- en duwboten die slechts in havens verkeren, onbemande duwbakken, overheidsschepen en pleziervaartuigen, moet zich in de stuurhut een actief vaartijdenboek volgens het model in de ES-QIN (Deel V, hoofdstuk 5) bevinden. Dit wordt bijgehouden overeenkomstig de daarin vervatte aanwijzingen. De schipper is verantwoordelijk voor de aanwezigheid van het vaartijdenboek en de aantekeningen die daarin worden gemaakt. Het eerste vaartijdenboek wordt afgegeven door een bevoegde autoriteit op vertoon van een binnenschipcertificaat.
2. Alle daaropvolgende vaartijdenboeken mogen worden afgegeven door elke bevoegde autoriteit, die het vaartijdenboek van een volgnummer voorziet; zij kunnen evenwel slechts worden afgegeven tegen overlegging van het voorgaande vaartijdenboek. Het voorgaande vaartijdenboek wordt voorzien van de onuitwisbare aantekening ‘ongeldig’ en dient aan de schipper te worden teruggegeven. De afgifte van een nieuw vaartijdenboek kan geschieden op vertoon van het in het vierde lid bedoelde document. De eigenaar van het schip zorgt ervoor dat het voorafgaande vaartijdenboek binnen 30 dagen na de afgiftedatum van het nieuwe vaartijdenboek wordt voorgelegd aan dezelfde bevoegde autoriteit die voor het nieuwe vaartijdenboek de in het vierde lid bedoelde verklaring heeft opgesteld, zodat deze autoriteit het bovengenoemde voorafgaande vaartijdenboek kan voorzien van de vermelding ‘ongeldig’. De eigenaar van het schip zorgt er bovendien voor dat het vaartijdenboek daarna weer aan boord wordt gebracht.
3. Het ongeldig gemaakte vaartijdenboek wordt gedurende zes maanden na de laatste aantekening aan boord bewaard.
4. Bij de afgifte van het eerste vaartijdenboek overeenkomstig het eerste lid bevestigt de autoriteit die het eerste vaartijdenboek afgeeft, deze afgifte door middel van een verklaring waarop de naam van het schip, het uniek Europees identificatienummer (ENI) van het schip, het nummer van het vaartijdenboek en de datum van afgifte zijn vermeld. Deze verklaring wordt aan boord bewaard en wordt op verzoek getoond. De afgifte van latere vaartijdenboeken overeenkomstig het tweede lid moet door de bevoegde autoriteit op de verklaring worden aangetekend.
5. De naleving van de rusttijden kan bovendien door middel van een tachograaf worden aangetoond, die voldoet aan de technische vereisten van artikel 18.01, tweede lid. De registraties van de tachografen wordt gedurende zes maanden na de laatste registratie aan boord bewaard.
6. Bij aflossing of versterking van de bemanning als bedoeld in artikel 18.03 is voor ieder nieuw bemanningslid een verklaring overeenkomstig bijlage 8 of een kopie van de pagina met de aantekeningen van de vaar-, respectievelijk rusttijden uit het vaartijdenboek van het vaartuig waarop de laatste reis van het bemanningslid heeft plaatsgevonden, voorhanden.
7. a) De regeling voor het bijhouden van het vaartijdenboek op grond waarvan één enkel schema per reis voor de aantekeningen van de rusttijden voldoende is, geldt uitsluitend voor de bemanningsleden in de exploitatiewijze B. In de exploitatiewijzen A1 en A2 moeten voor elk bemanningslid het begin en het einde van de rusttijden van elke dag gedurende de reis worden genoteerd.
b) De na de wisseling van de exploitatiewijze vereiste aantekeningen moeten op een nieuwe bladzijde van het vaartijdenboek worden genoteerd.
c) Worden per dag twee of meer reizen met ongewijzigde bemanning afgelegd, kan worden volstaan met het invullen van het tijdstip van het begin van de eerste dagvaart en van het einde van de laatste dagvaart.
a) De regeling voor het bijhouden van het vaartijdenboek op grond waarvan één enkel schema per reis voor de aantekeningen van de rusttijden voldoende is, geldt uitsluitend voor de bemanningsleden in de exploitatiewijze B. In de exploitatiewijzen A1 en A2 moeten voor elk bemanningslid het begin en het einde van de rusttijden van elke dag gedurende de reis worden genoteerd.
b) De na de wisseling van de exploitatiewijze vereiste aantekeningen moeten op een nieuwe bladzijde van het vaartijdenboek worden genoteerd.
c) Worden per dag twee of meer reizen met ongewijzigde bemanning afgelegd, kan worden volstaan met het invullen van het tijdstip van het begin van de eerste dagvaart en van het einde van de laatste dagvaart.
2. Alle daaropvolgende vaartijdenboeken mogen worden afgegeven door elke bevoegde autoriteit, die het vaartijdenboek van een volgnummer voorziet; zij kunnen evenwel slechts worden afgegeven tegen overlegging van het voorgaande vaartijdenboek. Het voorgaande vaartijdenboek wordt voorzien van de onuitwisbare aantekening ‘ongeldig’ en dient aan de schipper te worden teruggegeven. De afgifte van een nieuw vaartijdenboek kan geschieden op vertoon van het in het vierde lid bedoelde document. De eigenaar van het schip zorgt ervoor dat het voorafgaande vaartijdenboek binnen 30 dagen na de afgiftedatum van het nieuwe vaartijdenboek wordt voorgelegd aan dezelfde bevoegde autoriteit die voor het nieuwe vaartijdenboek de in het vierde lid bedoelde verklaring heeft opgesteld, zodat deze autoriteit het bovengenoemde voorafgaande vaartijdenboek kan voorzien van de vermelding ‘ongeldig’. De eigenaar van het schip zorgt er bovendien voor dat het vaartijdenboek daarna weer aan boord wordt gebracht.
3. Het ongeldig gemaakte vaartijdenboek wordt gedurende zes maanden na de laatste aantekening aan boord bewaard.
4. Bij de afgifte van het eerste vaartijdenboek overeenkomstig het eerste lid bevestigt de autoriteit die het eerste vaartijdenboek afgeeft, deze afgifte door middel van een verklaring waarop de naam van het schip, het uniek Europees identificatienummer (ENI) van het schip, het nummer van het vaartijdenboek en de datum van afgifte zijn vermeld. Deze verklaring wordt aan boord bewaard en wordt op verzoek getoond. De afgifte van latere vaartijdenboeken overeenkomstig het tweede lid moet door de bevoegde autoriteit op de verklaring worden aangetekend.
5. De naleving van de rusttijden kan bovendien door middel van een tachograaf worden aangetoond, die voldoet aan de technische vereisten van artikel 18.01, tweede lid. De registraties van de tachografen wordt gedurende zes maanden na de laatste registratie aan boord bewaard.
6. Bij aflossing of versterking van de bemanning als bedoeld in artikel 18.03 is voor ieder nieuw bemanningslid een verklaring overeenkomstig bijlage 8 of een kopie van de pagina met de aantekeningen van de vaar-, respectievelijk rusttijden uit het vaartijdenboek van het vaartuig waarop de laatste reis van het bemanningslid heeft plaatsgevonden, voorhanden.
7. a) De regeling voor het bijhouden van het vaartijdenboek op grond waarvan één enkel schema per reis voor de aantekeningen van de rusttijden voldoende is, geldt uitsluitend voor de bemanningsleden in de exploitatiewijze B. In de exploitatiewijzen A1 en A2 moeten voor elk bemanningslid het begin en het einde van de rusttijden van elke dag gedurende de reis worden genoteerd.
b) De na de wisseling van de exploitatiewijze vereiste aantekeningen moeten op een nieuwe bladzijde van het vaartijdenboek worden genoteerd.
c) Worden per dag twee of meer reizen met ongewijzigde bemanning afgelegd, kan worden volstaan met het invullen van het tijdstip van het begin van de eerste dagvaart en van het einde van de laatste dagvaart.
a) De regeling voor het bijhouden van het vaartijdenboek op grond waarvan één enkel schema per reis voor de aantekeningen van de rusttijden voldoende is, geldt uitsluitend voor de bemanningsleden in de exploitatiewijze B. In de exploitatiewijzen A1 en A2 moeten voor elk bemanningslid het begin en het einde van de rusttijden van elke dag gedurende de reis worden genoteerd.
b) De na de wisseling van de exploitatiewijze vereiste aantekeningen moeten op een nieuwe bladzijde van het vaartijdenboek worden genoteerd.
c) Worden per dag twee of meer reizen met ongewijzigde bemanning afgelegd, kan worden volstaan met het invullen van het tijdstip van het begin van de eerste dagvaart en van het einde van de laatste dagvaart.