BWBR0030215
Geldig vanaf 2023-05-04
Artikel 13.03
Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP)
1. Voor het besturen van een vaartuig op een waterweg die geclassificeerd is als binnenwatertraject met een specifiek risico als bedoeld in het tweede lid, is een specifieke vergunning vereist.
2. Wanneer dit nodig is om de veiligheid van de scheepvaart te waarborgen, kunnen de Oeverstaten trajecten die door hun eigen grondgebied lopen, classificeren als binnenwateren met specifieke risico’s wanneer deze risico’s het gevolg zijn van een of meer van de volgende omstandigheden: a) vaak veranderende stroompatronen en -snelheid
b) de hydromorfologische kenmerken van de binnenwaterweg en het ontbreken van passende vaarweginformatiediensten over de binnenwaterweg of van geschikte kaarten;
c) de aanwezigheid van een specifieke lokale verkeersregeling die wordt gerechtvaardigd door specifieke hydromorfologische kenmerken van de binnenwaterweg, of
d) een hoge ongevallenfrequentie op een specifiek traject van de binnenwateren, die wordt toegeschreven aan het ontbreken van een competentie die niet door de in ES-QIN, Deel I, Hoofdstuk 2 wordt gedekt.
a) vaak veranderende stroompatronen en -snelheid
b) de hydromorfologische kenmerken van de binnenwaterweg en het ontbreken van passende vaarweginformatiediensten over de binnenwaterweg of van geschikte kaarten;
c) de aanwezigheid van een specifieke lokale verkeersregeling die wordt gerechtvaardigd door specifieke hydromorfologische kenmerken van de binnenwaterweg, of
d) een hoge ongevallenfrequentie op een specifiek traject van de binnenwateren, die wordt toegeschreven aan het ontbreken van een competentie die niet door de in ES-QIN, Deel I, Hoofdstuk 2 wordt gedekt.
3. De binnenwatertrajecten met specifieke risico’s van de Rijn staan in bijlage 5.
4. De aanvrager verstrekt de bevoegde autoriteit toereikende bewijsstukken voor: a) zijn identiteit;
b) het voldoen aan de overeenkomstig het eerste lid bepaalde competentievereisten voor specifieke risico’s voor het specifieke binnenwatertraject waarvoor de vergunning vereist is;
c) het beschikken over een kwalificatiecertificaat schipper of het voldoen aan de minimumeisen voor kwalificatiecertificaten schipper.
a) zijn identiteit;
b) het voldoen aan de overeenkomstig het eerste lid bepaalde competentievereisten voor specifieke risico’s voor het specifieke binnenwatertraject waarvoor de vergunning vereist is;
c) het beschikken over een kwalificatiecertificaat schipper of het voldoen aan de minimumeisen voor kwalificatiecertificaten schipper.
5. Voor het verkrijgen van de specifieke vergunning voor de Rijn moet de houder van een kwalificatiecertificaat schipper het in bijlage 5 genoemde examen met succes afgelegd hebben. Om tot het examen voor een door de aanvrager bepaald traject toegelaten te worden, moet de bevoegde autoriteit het bewijs overgelegd worden van het bevaren van de desbetreffende riviergedeelten zoals bepaald in bijlage 5.
6. De bevoegde autoriteit beoordeelt de competentie van de aanvragers voor specifieke risico’s en geeft de specifieke vergunning af na de echtheid en de geldigheid van de door de aanvrager verstrekte documenten te hebben gecontroleerd.
7. Houders van nationale kwalificatiecertificaten als bedoeld in artikel 11.01, derde lid, kunnen eveneens de specifieke vergunning voor het bevaren van binnenwateren met specifieke risico’s verkrijgen overeenkomstig bijlage 5.
2. Wanneer dit nodig is om de veiligheid van de scheepvaart te waarborgen, kunnen de Oeverstaten trajecten die door hun eigen grondgebied lopen, classificeren als binnenwateren met specifieke risico’s wanneer deze risico’s het gevolg zijn van een of meer van de volgende omstandigheden: a) vaak veranderende stroompatronen en -snelheid
b) de hydromorfologische kenmerken van de binnenwaterweg en het ontbreken van passende vaarweginformatiediensten over de binnenwaterweg of van geschikte kaarten;
c) de aanwezigheid van een specifieke lokale verkeersregeling die wordt gerechtvaardigd door specifieke hydromorfologische kenmerken van de binnenwaterweg, of
d) een hoge ongevallenfrequentie op een specifiek traject van de binnenwateren, die wordt toegeschreven aan het ontbreken van een competentie die niet door de in ES-QIN, Deel I, Hoofdstuk 2 wordt gedekt.
a) vaak veranderende stroompatronen en -snelheid
b) de hydromorfologische kenmerken van de binnenwaterweg en het ontbreken van passende vaarweginformatiediensten over de binnenwaterweg of van geschikte kaarten;
c) de aanwezigheid van een specifieke lokale verkeersregeling die wordt gerechtvaardigd door specifieke hydromorfologische kenmerken van de binnenwaterweg, of
d) een hoge ongevallenfrequentie op een specifiek traject van de binnenwateren, die wordt toegeschreven aan het ontbreken van een competentie die niet door de in ES-QIN, Deel I, Hoofdstuk 2 wordt gedekt.
3. De binnenwatertrajecten met specifieke risico’s van de Rijn staan in bijlage 5.
4. De aanvrager verstrekt de bevoegde autoriteit toereikende bewijsstukken voor: a) zijn identiteit;
b) het voldoen aan de overeenkomstig het eerste lid bepaalde competentievereisten voor specifieke risico’s voor het specifieke binnenwatertraject waarvoor de vergunning vereist is;
c) het beschikken over een kwalificatiecertificaat schipper of het voldoen aan de minimumeisen voor kwalificatiecertificaten schipper.
a) zijn identiteit;
b) het voldoen aan de overeenkomstig het eerste lid bepaalde competentievereisten voor specifieke risico’s voor het specifieke binnenwatertraject waarvoor de vergunning vereist is;
c) het beschikken over een kwalificatiecertificaat schipper of het voldoen aan de minimumeisen voor kwalificatiecertificaten schipper.
5. Voor het verkrijgen van de specifieke vergunning voor de Rijn moet de houder van een kwalificatiecertificaat schipper het in bijlage 5 genoemde examen met succes afgelegd hebben. Om tot het examen voor een door de aanvrager bepaald traject toegelaten te worden, moet de bevoegde autoriteit het bewijs overgelegd worden van het bevaren van de desbetreffende riviergedeelten zoals bepaald in bijlage 5.
6. De bevoegde autoriteit beoordeelt de competentie van de aanvragers voor specifieke risico’s en geeft de specifieke vergunning af na de echtheid en de geldigheid van de door de aanvrager verstrekte documenten te hebben gecontroleerd.
7. Houders van nationale kwalificatiecertificaten als bedoeld in artikel 11.01, derde lid, kunnen eveneens de specifieke vergunning voor het bevaren van binnenwateren met specifieke risico’s verkrijgen overeenkomstig bijlage 5.