BWBR0030215
Geldig vanaf 2023-05-04
Artikel 13.02
Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP)
1. Voor het varen met behulp van een radar als radarvaart zoals bedoeld in het Rijnvaartpolitiereglement, is een specifieke vergunning vereist.
2. Een kandidaat beschikt over de in de ES-QIN (Deel 1, hoofdstuk 4) genoemde competenties. Dit wordt aangetoond door een met goed gevolg afgelegd theoretisch examen met betrekking tot de vereiste kennis overeenkomstig de ES-QIN (Deel I, hoofdstuk 4) en een praktijkexamen overeenkomstig de ES-QIN (Deel II, hoofdstuk 1).
3. Het praktijkexamen kan worden afgelegd aan boord van een vaartuig zoals genoemd in de ES-QIN of op een door de bevoegde autoriteit overeenkomstig de ES-QIN (Deel III, Hoofdstuk 2) hiervoor toegelaten simulator. De simulator moet voldoen aan de technische en functionele eisen van de ES-QIN (Deel III, hoofdstuk 1).
4. De bevoegde autoriteit geeft de specifieke vergunning voor het varen met behulp van een radar af na te hebben vastgesteld dat de aanvrager aan de in het tweede en derde lid gestelde eisen voldoet en na de echtheid en de geldigheid van de door de aanvrager overeenkomstig artikel 13.01 verstrekte documenten te hebben gecontroleerd.
5. Houders van nationale kwalificatiecertificaten als bedoeld in artikel 11.01, derde lid, kunnen eveneens de specifieke vergunning voor het varen met behulp van radar verkrijgen overeenkomstig de bepalingen van het tweede en derde lid.
2. Een kandidaat beschikt over de in de ES-QIN (Deel 1, hoofdstuk 4) genoemde competenties. Dit wordt aangetoond door een met goed gevolg afgelegd theoretisch examen met betrekking tot de vereiste kennis overeenkomstig de ES-QIN (Deel I, hoofdstuk 4) en een praktijkexamen overeenkomstig de ES-QIN (Deel II, hoofdstuk 1).
3. Het praktijkexamen kan worden afgelegd aan boord van een vaartuig zoals genoemd in de ES-QIN of op een door de bevoegde autoriteit overeenkomstig de ES-QIN (Deel III, Hoofdstuk 2) hiervoor toegelaten simulator. De simulator moet voldoen aan de technische en functionele eisen van de ES-QIN (Deel III, hoofdstuk 1).
4. De bevoegde autoriteit geeft de specifieke vergunning voor het varen met behulp van een radar af na te hebben vastgesteld dat de aanvrager aan de in het tweede en derde lid gestelde eisen voldoet en na de echtheid en de geldigheid van de door de aanvrager overeenkomstig artikel 13.01 verstrekte documenten te hebben gecontroleerd.
5. Houders van nationale kwalificatiecertificaten als bedoeld in artikel 11.01, derde lid, kunnen eveneens de specifieke vergunning voor het varen met behulp van radar verkrijgen overeenkomstig de bepalingen van het tweede en derde lid.