Artikel 1
Geen andere versie om mee te vergelijken [Regeling vervallen per 13-05-2020] In deze verordening wordt overgenomen de terminologie van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel en wordt verstaan onder: a. aankoopwaarde: het totaal van de bruto inkoopfactuurbedragen van in Nederland aangekochte bloemkwekerijproducten exclusief BTW. b. bloemkwekerijproducten: I. siergewassen, II. teeltmateriaal, III. hydrocultuur, en IV. bloemzaden; c voorzitter: de voorzitter van het Hoofdbedrijfschap voor de Agrarische Groothandel; d. hoofdbedrijfschap: Hoofdbedrijfschap voor de Agrarische Groothandel; e. hydrocultuur: siergewassen die bestemd zijn voor gebruik in plantenbakken of potten, waarbij de plant met zijn wortels houvast heeft in poreuze korrels in een bak of pot, met daarin een laag water en voedingsstoffen; f. ondernemer: de natuurlijke persoon of rechtspersoon of een niet rechtspersoonlijkheid bezittende vennootschap die enige periode in een kalenderjaar een onderneming drijft of heeft gedreven waarvoor het hoofdbedrijfschap is ingesteld; g. siergewassen: gewassen voor de sier in blad-, bloem- of vruchtendragende toestand in hun geheel of gedeeltelijk, met uitzondering van: I. winterharde houtgewassen in hun geheel voorzover niet vervroegd of verlaat, alsmede kerstbomen met wortels en delen van winterharde houtgewassen welke voor vermeerdering zijn bestemd; II. voorzover in groene toestand de Japanse azalea's, alsmede variëteiten en hybriden daarvan; III. dahliastekken, begonia- en gloxiniaplantjes, uitsluitend bestemd voor de teelt van knollen, en IV. aquariumplanten en niet-levende bloemkwekerijproducten; h. teeltmateriaal: planten en plantendelen die bestemd zijn om voor de teelt van bloemkwekerijproducten of ter vermeerdering te dienen dan wel daartoe gebruikt worden; i. telersvereniging: een samenwerkingsverband van producenten van bloemkwekerijproducten; j. veiling: een organisatie die bemiddelt bij aan- en verkopen van bloemkwekerijproducten of teeltmateriaal