De buitengewone agent van politie draagt bij het uitoefenen van zijn functie een legitimatiebewijs bij zich volgens het model, bedoeld in bijlage 1 bij dit besluit, tenzij voor hem een ander legitimatiebewijs is vastgesteld.
1. De legitimatiebewijzen, verstrekt aan buitengewone agenten van politie op basis van de in de voormalige Nederlandse Antillen geldende Landsverordening van de 25ste september 1961 nopens de beëdiging en legitimatie van opsporingsambtenaren, blijven geldig tot de datum vermeld op het legitimatiebewijs, en uiterlijk tot 10 oktober 2013.
2. Bij de verstrekking van het nieuwe legitimatiebewijs wordt het oude legitimatiebewijs ingeleverd en vernietigd door de korpschef van het politiekorps van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 10 oktober 2010 om 00:00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06:00 uur in het Europese deel van Nederland.