: Overige ontslaggronden ... Overige gronden voor toewijzing van het vergoedingsverzoek kunnen zijn: a Ontslag op grond van ongeschiktheid voor de functie, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken en ongeschiktheid voor het onderwijs, anders dan op grond van ziels of lichaamsgebreken Ontslaggrond De reden voor het ontslag is gelegen in: I de ongeschiktheid voor de functie, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken van betrokkene; II ongeschiktheid voor het onderwijs, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken. Onvermijdbaarheid ontslag Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat het in redelijkheid niet anders dan tot het ontslag van betrokkene kon komen, ondanks het feit dat het betrokkene de mogelijkheden heeft geboden het functioneren te verbeteren en dat anderszins maatregelen zijn genomen om gedwongen ontslag te voorkomen. Het bevoegd gezag geeft aan hoe de beoordelingsprocedure is doorlopen. Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub a, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Beëindigingovereenkomst In plaats van bovengenoemd afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub a, aan betrokkene is kenbaar gemaakt, kan het bevoegd gezag ook een afschrift van een beëindigingovereenkomst overleggen waaruit tenminste blijkt dat: 1. het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd, 2. het bevoegd gezag heeft voorgesteld het dienstverband te beëindigen, en 3. de reden daarvoor is gelegen in de in dit artikel genoemde ontslaggrond. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub a, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Inspanningsverplichting Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub a, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4 , categorie I, II, III en IV-A; Bij einde tijdelijk dienstverband dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie I, II en IV-B. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub a, stelt: Categorie I functionerings- en beoordelingsgesprekken 1. overzicht met data van functionerings- en beoordelingsgesprekken, lesbezoeken en begeleidingsgesprekken, die hebben plaatsgevonden in de periode van een jaar voorafgaand aan de ontslagdatum; 2. overzicht met data van re-integratiegesprekken. Categorie II vormen van begeleiding 1. interne begeleiding door de leiding van de school; of 2. externe begeleiding door onderwijsbegeleidingsdienst, pedagogisch centrum, particulier instituut. Categorie III hulp bij behoud van werk, intern 1. intern een andere passende functie aanbieden; of 2. scholing, gericht op herplaatsing binnen het bevoegd gezag. Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband) 1. extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en 2. (vervallen) 3. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 4. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) 1. (vervallen) 2. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 3. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). a Ontslag op grond van ongeschiktheid voor de functie Dit artikel vraagt in het kader van het vaststellen van de onvermijdbaarheid van het ontslag van het bevoegd gezag onder andere dat het betrokkene de mogelijkheden heeft geboden het functioneren te verbeteren en dat anderszins maatregelen zijn genomen om gedwongen ontslag te voorkomen. Als bewijsstuk wordt geaccepteerd een overzicht van de data waarop functionerings- en beoordelingsgesprekken hebben plaatsgevonden, dan wel een overzicht van de data waarop re-integratiegesprekken hebben plaatsgevonden. Het overzicht wordt door betrokkene schriftelijk bevestigd. Hiermee verklaart betrokkene dat de gesprekken hebben plaatsgevonden. b Ontslag op grond van denominatie Ontslaggrond De reden voor het ontslag is gelegen in de denominatie. Onvermijdbaarheid ontslag Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont waarom betrokkene naar het oordeel van het bevoegd gezag, niet langer kan functioneren overeenkomstig de grondslag en doelstelling van de instelling. Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub b, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Beëindigingovereenkomst In plaats van bovengenoemd afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub b, aan betrokkene is kenbaar gemaakt, kan het bevoegd gezag ook een afschrift van een beëindigingovereenkomst overleggen waaruit tenminste blijkt dat: 1. het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd, 2. het bevoegd gezag heeft voorgesteld het dienstverband te beëindigen, en 3. de reden daarvoor is gelegen in de in dit artikel genoemde ontslaggrond. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub b, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Inspanningsverplichting Indien het bevoegd gezag stelt dat betrokkene niet meer aan de grondslag voldoet, dient het bevoegd gezag bij een ontslag op grond van artikel 9 sub b, te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4 , categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub b, stelt: Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband) 1. extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en 2. (vervallen) 3. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 4. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) 1. (vervallen) 2. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 3. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). b Denominatie Van ontslag op grond van denominatie is geen sprake wanneer betrokkene aangeeft niet langer te kunnen functioneren overeenkomstig de grondslag en doelstelling van de instelling. In dergelijke gevallen wordt het ontslag door het Participatiefonds behandeld als een ontslag op eigen verzoek. c Ontslag op grond van opheffing van de enige instelling die onder het bevoegd gezag ressorteert (uitgezonderd opheffing wegens fusie) Ontslaggrond De reden voor het ontslag is gelegen in de opheffing van de enige instelling die onder het bevoegd gezag ressorteert. Een uitzondering hierop vormt de opheffing vanwege fusie. Onvermijdbaarheid ontslag Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat het pogingen tot een fusie heeft ondernomen en waarom de fusie niet gerealiseerd kon worden en of anderszins maatregelen zijn genomen om gedwongen ontslag te voorkomen. Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub c, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Beëindigingovereenkomst In plaats van bovengenoemd afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub c aan betrokkene is kenbaar gemaakt, kan het bevoegd gezag ook een afschrift van een beëindigingovereenkomst overleggen waaruit tenminste blijkt dat: 1. het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd, 2. het bevoegd gezag heeft voorgesteld het dienstverband te beëindigen, en 3. de reden daarvoor is gelegen in de in dit artikel genoemde ontslaggrond. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub c, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Inspanningsverplichting Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub c, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4 , categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub c, stelt: Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband) 1. extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en 2. (vervallen) 3. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 4. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) 1. (vervallen) 2. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 3. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). c Opheffing instelling Ontslag wegens opheffing van een instelling bij een bevoegd gezag waaronder meerdere instellingen van één onderwijssoort ressorteren, wordt getoetst conform artikel 7 , 7A of 7B van het reglement. d Ontslag op grond van onverenigbaarheid van karakters Ontslaggrond De reden voor het ontslag is gelegen in de onverenigbaarheid van karakters. Onvermijdbaarheid ontslag Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat er sprake is van onverenigbaarheid van karakters en onwerkbaarheid van de situatie. Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub d, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Beëindigingovereenkomst In plaats van bovengenoemd afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub d, aan betrokkene is kenbaar gemaakt, kan het bevoegd gezag ook een afschrift van een beëindigingovereenkomst overleggen waaruit tenminste blijkt dat: 1. het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd, 2. het bevoegd gezag heeft voorgesteld het dienstverband te beëindigen, en 3. de reden daarvoor is gelegen in de in dit artikel genoemde ontslaggrond. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub d, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Inspanningsverplichting Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub d, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4 , categorie I, II, III en IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub d, stelt: Categorie I functionerings- en beoordelingsgesprekken 1. overzicht met data van functionerings- en beoordelingsgesprekken, lesbezoeken en begeleidingsgesprekken, die hebben plaatsgevonden in de periode van een jaar voorafgaand aan de ontslagdatum; 2. overzicht met data van re-integratiegesprekken. Categorie II vormen van begeleiding 1. interne begeleiding door de leiding van de school; of 2. externe begeleiding door onderwijsbegeleidingsdienst, pedagogisch centrum, particulier instituut. Categorie III hulp bij behoud van werk, intern 1. intern een andere passende functie aanbieden; of 2. scholing, gericht op herplaatsing binnen het bevoegd gezag. Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband) 1. extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en 2. (vervallen) 3. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 4. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) 1. (vervallen) 2. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 3. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). e Ontslag op grond van arbeidsongeschiktheid Ontslaggrond De reden voor het ontslag is gelegen in de arbeidsongeschiktheid van minder dan 35% in de zin van de WIA . Wanneer sprake is van 35% of meer arbeidsongeschiktheid in de zin van de WIA, behoeft geen melding bij het Participatiefonds plaats te vinden. Deze uitzondering geldt niet voor arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO . Onvermijdbaarheid ontslag Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat er sprake is van arbeidsongeschiktheid en dat een onderzoek heeft plaatsgevonden waaruit is gebleken dat er geen mogelijkheden zijn om betrokkene te herplaatsen. Het bevoegd gezag overlegt hiertoe in geval van ontslag uit een vast dienstverband een afschrift van de WIA-beschikking en een afschrift van het herplaatsingsonderzoek. In geval van ontslag uit een tijdelijk dienstverband overlegt het bevoegd gezag hiertoe een verklaring van een bevoegde onafhankelijke instelling waaruit blijkt dat betrokkene op de datum van ontslag arbeidsongeschikt is. Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub e aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Beëindigingovereenkomst In plaats van bovengenoemd afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub e, aan betrokkene is kenbaar gemaakt, kan het bevoegd gezag ook een afschrift van een beëindigingovereenkomst overleggen waaruit tenminste blijkt dat: 1. het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd, 2. het bevoegd gezag heeft voorgesteld het dienstverband te beëindigen, en 3. de reden daarvoor is gelegen in de in dit artikel genoemde ontslaggrond. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub e, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Inspanningsverplichting Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub e, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4 , categorie I, II, III en IV. Indien betrokkene volledig arbeidsongeschikt is verklaard (ontslag uit een vast dienstverband en 80-100% ziek volgens UWV) verlangt het Participatiefonds geen inspanning als bedoeld in de categorieën II, III en IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub e, stelt: Categorie I functionerings- en beoordelingsgesprekken 1. overzicht met data van functionerings- en beoordelingsgesprekken, lesbezoeken en begeleidingsgesprekken, die hebben plaatsgevonden in de periode van een jaar voorafgaand aan de ontslagdatum; 2. overzicht met data van re-integratiegesprekken. Categorie II vormen van begeleiding 1. interne begeleiding door de leiding van de school. Categorie III hulp bij behoud van werk, intern 1. intern een andere passende functie aanbieden; of 2. scholing, gericht op herplaatsing binnen het bevoegd gezag. Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband) 1. extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en 2. (vervallen) 3. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 4. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) 1. (vervallen) 2. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 3. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). e Ontslag op grond van arbeidsongeschiktheid Wie volgens UWV 35% of meer arbeidsongeschikt is, maakt op grond van de WIA aanspraak op een WGA- of IVA-uitkering. Er bestaat geen aanspraak op een WW- of een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering (BW). Omdat er geen uitkering ten laste van het Participatiefonds kan ontstaan, behoeven ontslagen van personeel dat blijkens de WIA-beschikking 35% of meer arbeidsongeschikt is, niet gemeld te worden in het kader van de instroomtoets. Waar voorheen bij ontslag uit een vast dienstverband werd gevraagd om een afschrift van het functie-ongeschiktheidsadvies te overleggen, is die eis sinds de aanpassing van het BZA per 1 februari 2007 niet meer aan de orde. Sinds de invoering van de WIA maakt de beoordeling van functie-ongeschiktheid namelijk deel uit van de WIA-beschikking. Er kan worden volstaan met het overleggen van deze WIA-beschikking. Als betrokkene of het bevoegd gezag een deskundigenoordeel aan het UWV heeft aangevraagd, moet dit door het bevoegd gezag zijn betrokken bij het onderzoek ter beoordeling van de vraag of er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 9 sub e (arbeidsongeschiktheid en een onderzoek waaruit is gebleken dat er geen mogelijkheden zijn om betrokkene te herplaatsen). f Ontslag op grond van ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een uitspraak van de sector kanton van de Rechtbank, dan wel een uitspraak van de Commissie van Beroep, de sector bestuursrecht van de Rechtbank of de Centrale Raad van Beroep waarbij het beroep van de werknemer tegen het ontslag ongegrond is verklaard Ontslaggrond De reden voor het ontslag is gelegen in de ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een uitspraak van de sector kanton van de Rechtbank, dan wel een uitspraak van de Commissie van Beroep, de sector bestuursrecht van de Rechtbank of de Centrale Raad van Beroep waarbij het beroep van de werknemer tegen het ontslag ongegrond is verklaard. Onvermijdbaarheid ontslag Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien: Sector kanton van de Rechtbank Het bevoegd gezag een afschrift van de uitspraak van sector kanton van de rechtbank overlegt waarbij de beëindiging of het einde van het dienstverband wordt uitgesproken dan wel wordt bevestigd. Het vergoedingsverzoek wordt afgewezen: 1. indien uit de uitspraak blijkt dat het geschil in overwegende mate aan het bevoegd gezag te wijten is; of 2. in het geval dat er afspraken zijn gemaakt omtrent de informatievoorziening aan de sector kanton van de Rechtbank, en aan het Participatiefonds blijkt dat op grond van de feiten en omstandigheden een vergoedingsverzoek moet worden afgewezen. Commissie van Beroep, sector bestuursrecht van de Rechtbank, Centrale Raad van Beroep Het bevoegd gezag een afschrift van de uitspraak van de Commissie van Beroep, de sector bestuursrecht van de Rechtbank of de Centrale Raad van Beroep overlegt waarin het beroep van betrokkene ongegrond wordt verklaard. Het vergoedingsverzoek wordt vervolgens met inachtneming van de uitspraak getoetst op de in het ontslagbesluit vermelde ontslaggrond. Het vergoedingsverzoek wordt afgewezen in het geval dat er afspraken gemaakt zijn omtrent de informatievoorziening aan de Commissie van Beroep, en aan het Participatiefonds blijkt dat op grond van de feiten en omstandigheden een vergoedingsverzoek moet worden afgewezen. Inspanningsverplichting Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub f, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4 , categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub f, stelt: Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband) 1. extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en 2. (vervallen) 3. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 4. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) 1. (vervallen) 2. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 3. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). f Sector kanton van de Rechtbank, Commissie van Beroep, sector bestuursrecht van de Rechtbank, Centrale Raad van Beroep Bij de beoordeling van een ontslag op grond van dit artikellid dient de uitspraak van de rechtsprekende instantie als uitgangspunt. 1. In het geval van ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de Sector kanton van de Rechtbank, wordt de achterliggende reden van het ontslag niet getoetst. 2. In het geval van een uitspraak van de Commissie van Beroep, sector bestuursrecht van de Rechtbank, of Centrale Raad van Beroep, waarbij het beroep van betrokkene tegen het ontslag ongegrond wordt verklaard, wordt de achterliggende reden van het ontslag wel getoetst. Het vergoedingsverzoek wordt met inachtneming van de uitspraak getoetst op de in het ontslagbesluit vermelde ontslaggrond. g Ontslag wegens dringende redenen Ontslaggrond De reden voor het ontslag is gelegen in de dringende redenen. Onvermijdbaarheid ontslag Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat er sprake is van een dringende reden. Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub g, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub g, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Inspanningsverplichting Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub g, vereist het Participatiefonds geen inspanning. h Ontslag op andere gronden De reden voor het ontslag is gelegen in de andere gronden. Onvermijdbaarheid ontslag Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag de onvermijdbaarheid van het ontslag op andere gronden aantoont. Ontslaggrond Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub h, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Beëindigingovereenkomst In plaats van bovengenoemd afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub h, aan betrokkene is kenbaar gemaakt, kan het bevoegd gezag ook een afschrift van een beëindigingovereenkomst overleggen waaruit tenminste blijkt dat: 1. het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd, 2. het bevoegd gezag heeft voorgesteld het dienstverband te beëindigen, en 3. de reden daarvoor is gelegen in de in dit artikel genoemde ontslaggrond. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub h, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Inspanningsverplichting Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub h, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4 , categorie I, II, III en IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub h, stelt: Categorie I functionerings- en beoordelingsgesprekken 1. overzicht met data van functionerings- en beoordelingsgesprekken, lesbezoeken en begeleidingsgesprekken, die hebben plaatsgevonden in de periode van een jaar voorafgaand aan de ontslagdatum; 2. overzicht met data van re-integratiegesprekken. Categorie II vormen van begeleiding 1. interne begeleiding door de leiding van de school; of 2. externe begeleiding door onderwijsbegeleidingsdienst, pedagogisch centrum, particulier instituut. Categorie III hulp bij behoud van werk, intern 1. intern een andere passende functie aanbieden; of 2. scholing, gericht op herplaatsing binnen het bevoegd gezag. Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband) 1. extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en 2. (vervallen) 3. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 4. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) 1. (vervallen) 2. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 3. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). h Andere gronden Andere gronden zijn gronden welke niet genoemd zijn onder enig ander lid van artikel 9 en die vallen buiten de risicosfeer van het bevoegd gezag. Wettelijke bepalingen Een ontslag dat wordt veroorzaakt door het moeten voldoen aan wettelijke bepalingen, bijvoorbeeld het moeten voldoen aan eigen wachtgelderbepalingen, kan op grond van dit artikellid worden gemeld. In het geval van eigen wachtgelderbepalingen toont het bevoegd gezag aan dat het onmogelijk is om zowel de eigen wachtgelder als het met ontslag bedreigde (tijdelijke) personeelslid te herbenoemen. Hiertoe wordt de akte van benoeming van de eigen wachtgelder overgelegd en wordt aangetoond dat er op basis van de geldende onderwijswet sprake is van een eigen wachtgelder. Hiertoe overlegt het bevoegd gezag een afschrift van de beschikking van UWV Groningen of, indien de eigen wachtgelder (nog) niet daadwerkelijk een werkloosheidsuitkering geniet, de akten van aanstelling waaruit blijkt dat er sprake is van eigen wachtgeldverplichtingen. Ontslag per laatste schooldag Een ontslag per laatste schooldag van het jaar omdat betrokkene is aangesteld per of na 1 maart van datzelfde schooljaar, kan op grond van dit artikellid worden gemeld indien betrokkene per 1 augustus voor minimaal eenzelfde omvang wordt herbenoemd in een reguliere betrekking. Hiertoe overlegt het bevoegd gezag de akte van aanstelling na 1 maart of het ontslagbesluit per de laatste schooldag, en de akte van benoeming per 1 augustus van het volgend schooljaar. Het kan hierbij dus niet gaan om een aanstelling in een vervangingsbetrekking per 1 augustus. Van rechtswege eindigen van de aanstelling Onder de in dit artikellid bedoelde gronden valt niet het van rechtswege eindigen van een aanstelling. Er dient een in het reglement genoemde ontslaggrond te zijn, die aan betrokkene is medegedeeld waarom het tijdelijk dienstverband niet verlengd wordt. i Ontslag op eigen verzoek Ontslaggrond De reden voor het ontslag is gelegen in het eigen verzoek. Onvermijdbaarheid ontslag Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat het om een ontslag op eigen verzoek gaat. In geval van een dienstverband voor onbepaalde tijd Het bevoegd gezag overlegt een afschrift van bescheiden, opgesteld voorafgaand aan het ontslag, waaruit blijkt dat betrokkene de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd c.q. om ontslag heeft verzocht. In geval van een dienstverband voor bepaalde tijd Het bevoegd gezag overlegt een afschrift van bescheiden waaruit blijkt dat het bevoegd gezag betrokkene voor de periode na afloop van het verstrijken van de overeengekomen tijd waarvoor het dienstverband is aangegaan, een passende reguliere betrekking heeft aangeboden met tenminste een gelijke omvang als de voorafgaande betrekking, maar dat deze de betrekking niet wenst te accepteren. Het aanbod als hier bedoeld dient gespecificeerd te zijn en voorafgaand aan het ontslag aan betrokkene te zijn gedaan, of het bevoegd gezag overlegt een afschrift van bescheiden, opgesteld voorafgaand aan het ontslag, waaruit blijkt dat betrokkene geen nieuwe betrekking aangeboden wenst te krijgen. Inspanningsverplichting Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub i, vereist het Participatiefonds geen inspanning. j Ontslag van een leraar in opleiding Ontslaggrond De reden voor het ontslag is gelegen in de afloop van de leer-arbeidsovereenkomst van de leraar in opleiding zoals bedoeld in artikel 3.24 juncto 3.26 en artikel 4.23 juncto 4.25 CAO-PO. Onvermijdbaarheid ontslag Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag het ontslag van een leraar in opleiding meldt en een afschrift van de leer-arbeidsovereenkomst overlegt waarin de einddatum genoemd is. Inspanningsverplichting Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub j, vereist het Participatiefonds geen inspanning. j Leraar in opleiding Meldingen van ontslagen van leraren in opleiding worden door het Participatiefonds niet inhoudelijk beoordeeld. Een vergoedingsverzoek wordt in alle gevallen toegewezen indien de gevraagde documenten zijn overgelegd. Omdat wel een ontslaguitkering kan worden aangevraagd moet het ontslag worden gemeld. k Ontslag van een zij-instromer Ontslaggrond De reden voor het ontslag is gelegen in het feit dat de geschiktheidsverklaring als bedoeld in artikel 176b van de WPO voor de betreffende zij-instromer is komen te vervallen, en dat aan de betreffende zij-instromer geen getuigschrift als bedoeld in artikel 7a.3 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek is toegekend. Onvermijdbaarheid ontslag Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag het ontslag van de zij-instromer meldt en aantoont dat de geschiktheidsverklaring is vervallen en verklaart dat aansluitend geen getuigschrift is toegekend. Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub k, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Beëindigingovereenkomst In plaats van bovengenoemd afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub k, aan betrokkene is kenbaar gemaakt, kan het bevoegd gezag ook een afschrift van een beëindigingovereenkomst overleggen waaruit tenminste blijkt dat: 1. het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd, 2. het bevoegd gezag heeft voorgesteld het dienstverband te beëindigen, en 3. de reden daarvoor is gelegen in de in dit artikel genoemde ontslaggrond. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub k, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Inspanningsverplichting Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub k, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie I, II en IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub k, stelt: Categorie I functionerings- en beoordelingsgesprekken 1. overzicht met data van functionerings- en beoordelingsgesprekken, lesbezoeken en begeleidingsgesprekken, die hebben plaatsgevonden in de periode van een jaar voorafgaand aan de ontslagdatum; 2. overzicht met data van re-integratiegesprekken. Categorie II vormen van begeleiding 1. interne begeleiding door de leiding van de school; of 2. externe begeleiding door onderwijsbegeleidingsdienst, pedagogisch centrum, particulier instituut. Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband) 1. extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en 2. (vervallen) 3. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 4. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) 1. (vervallen) 2. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 3. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). k Zij-instromer Indien de zij-instromer tussentijds wordt ontslagen, voordat de geldigheidsduur van de geschiktheidsverklaring is verlopen, wordt deze als regulier onderwijspersoneel getoetst en is artikel 9 sub k niet van toepassing. l Ontslag van de vervanger van een betrokkene, welke betrokkene gebruik heeft gemaakt van de regeling Spaarverlof als bedoeld in artikel 8.23 CAO-PO Ontslaggrond De reden voor het ontslag is gelegen in de beëindiging van het verlof van de betrokkene die gebruik heeft gemaakt van de regeling Spaarverlof als bedoeld in artikel 8.23 CAO-PO Onvermijdbaarheid ontslag Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag het einde van deze vorm van vervanging meldt en een afschrift van het verlofbesluit overlegt waaruit blijkt dat de einddatum van het spaarverlof overeenkomt met de einddatum van de vervanging. Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub l, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Beëindigingovereenkomst In plaats van bovengenoemd afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub l, aan betrokkene is kenbaar gemaakt, kan het bevoegd gezag ook een afschrift van een beëindigingovereenkomst overleggen waaruit tenminste blijkt dat: 1. het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd, 2. het bevoegd gezag heeft voorgesteld het dienstverband te beëindigen, en 3. de reden daarvoor is gelegen in de in dit artikel genoemde ontslaggrond. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub l, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Inspanningsverplichting Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub l, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4 , categorie III sub 1. Hieronder volgt de eis die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub l, stelt: Categorie III hulp bij behoud van werk, intern 1 intern een andere passende functie aanbieden. m Vervallen n Ontslag uit een in- en doorstroombaan als gevolg van beëindiging van de subsidie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Besluit in- en doorstroombanen ( Stb. 1999, 591 ) Ontslaggrond Nadat eerst het Besluit in- en doorstroombanen per 1 januari 2003 is gewijzigd is het per 1 januari 2004 geheel vervallen. Sindsdien krijgen Gemeenten in het kader van de Wet Werk en Bijstand (WWB) een budget en daarmee de ruimte om een eigen afweging te maken over het aantal te subsidiëren banen. Een ontslag uit een in- en doorstroombaan (ID-baan) dat wordt veroorzaakt door beëindiging van de subsidie door de gemeente kan op grond van artikel 9 sub n worden gemeld. Onvermijdbaarheid ontslag Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat er sprake is van ontslag als hierboven bedoeld. Het betreft uitsluitend een werknemer die in het kader van het Besluit ID-banen is aangesteld. Het bevoegd gezag overlegt hiertoe een schriftelijke verklaring waarin het volgende dient te zijn opgenomen: 1. Het bevoegd gezag heeft met de Gemeente overleg gevoerd om te komen tot een meerjarig arrangement over scholing en doorstroom, in combinatie met afspraken over behoud van gesubsidieerde banen. 2. Bij het overleg over het meerjarig arrangement zijn mogelijkheden van continuering van het dienstverband van betrokkene door middel van subsidiering door de Gemeente onderzocht. 3. Indien er subsidiemogelijkheden van de Gemeente aanwezig zijn, geeft het bevoegd gezag gemotiveerd aan waarom het van deze mogelijkheden geen gebruik heeft gemaakt. De verklaring wordt vergezeld van terzake overtuigende documenten. Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub n, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Beëindigingovereenkomst In plaats van bovengenoemd afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub n, aan betrokkene is kenbaar gemaakt, kan het bevoegd gezag ook een afschrift van een beëindigingovereenkomst overleggen waaruit tenminste blijkt dat: 1. het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd, 2. het bevoegd gezag heeft voorgesteld het dienstverband te beëindigen, en 3. de reden daarvoor is gelegen in de in dit artikel genoemde ontslaggrond. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub n, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Inspanningsverplichting Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub n, vereist het Participatiefonds dat aan betrokkene, indien beschikbaar, een andere passende functie wordt aangeboden, zonodig onder een aanbod van scholing, tenzij door het bevoegd gezag wordt onderbouwd dat het anders onmogelijk wordt binnen het bevoegd gezag het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren (een vorm van kwalitatieve toetsing). o Ontslag in verband met niet meewerken aan re-integratie als bedoeld in artikel 20a BZA Ontslaggrond Met ingang van 4 april 2003 is het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair onderwijs , BZA (Stb. 2003, 186) gewijzigd. Op grond van die wijziging wordt het ondermeer mogelijk een zieke werknemer te ontslaan indien hij zonder deugdelijke grond niet meewerkt aan zijn re-integratie. Daartoe is een artikel 20a in het BZA opgenomen. Een ontslag in verband met het zonder deugdelijke grond niet meewerken aan re-integratie kan op grond van artikel 9 sub o worden gemeld. Onvermijdbaarheid ontslag Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat betrokkene zonder deugdelijke grond niet heeft meegewerkt aan zijn re-integratie. Het bevoegd gezag overlegt hiertoe mede een afschrift van het advies van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als bedoeld in artikel 20a, tweede lid, BZA . Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub o, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub o, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Inspanningsverplichting Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub o, vereist het Participatiefonds geen verdere inspanning. o 20a BZA Het advies van UWV is niet bindend voor de beoordeling van de onvermijdbaarheid van het ontslag door het Participatiefonds. Het wordt mede in de beoordeling betrokken. p Vervallen q Ontslag van een onderwijsassistent in opleiding Ontslaggrond De reden voor het ontslag is gelegen in de afloop van de leer-arbeidsovereenkomst van de onderwijsassistent in opleiding zoals bedoeld in artikel 3.27 en 4.26 CAO-PO. Onvermijdbaarheid ontslag Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag het ontslag van een onderwijsassistent in opleiding meldt en een afschrift van de leer-arbeidsovereenkomst overlegt waarin de einddatum genoemd is. Inspanningsverplichting Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub q, vereist het Participatiefonds geen inspanning r Ontslag wegens terugkeer levensloopganger Ontslaggrond De reden voor het ontslag is gelegen in de beëindiging van het verlof van de betrokkene die gebruik heeft gemaakt van de levensloopregeling. Onvermijdbaarheid ontslag Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag het einde van deze vorm van vervanging meldt en een afschrift van het verlofbesluit overlegt waaruit blijkt dat de einddatum van het levensloopverlof overeenkomt met de einddatum van de vervanging. Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub r, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Beëindigingovereenkomst In plaats van bovengenoemd afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub r, aan betrokkene is kenbaar gemaakt, kan het bevoegd gezag ook een afschrift van een beëindigingovereenkomst overleggen waaruit tenminste blijkt dat: 1. het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd, 2. het bevoegd gezag heeft voorgesteld het dienstverband te beëindigen, en 3. de reden daarvoor is gelegen in de in dit artikel genoemde ontslaggrond. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub r, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Inspanningsverplichting Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub r, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4 , categorie III sub 1. Hieronder volgt de eis die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub r, stelt: Categorie III hulp bij behoud van werk, intern 1. intern een andere passende functie aanbieden. s Vervallen t Ontslag wegens beëindiging van een landelijke subsidie Ontslaggrond De reden voor het ontslag is gelegen in de beëindiging van een landelijk door de overheid beschikbaar gestelde subsidie. Onvermijdbaarheid ontslag Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag met ter zake overtuigende documenten aantoont dat de reden voor het ontslag is gelegen in het feit dat de landelijke subsidie, op basis waarvan betrokkene is benoemd, is beëindigd. Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub t, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Beëindigingovereenkomst In plaats van bovengenoemd afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub t, aan betrokkene is kenbaar gemaakt, kan het bevoegd gezag ook een afschrift van een beëindigingovereenkomst overleggen waaruit tenminste blijkt dat: 1. het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd, 2. het bevoegd gezag heeft voorgesteld het dienstverband te beëindigen, en 3. de reden daarvoor is gelegen in de in dit artikel genoemde ontslaggrond. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub t, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Inspanningsverplichting Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub t, overlegt het bevoegd gezag een door betrokkene ondertekend document, waaruit blijkt dat het bevoegd gezag gezamenlijk met de betrokkene de herplaatsingsmogelijkheden binnen de organisatie heeft onderzocht, maar dat die niet aanwezig, danwel in redelijkheid niet te realiseren waren. Wanneer sprake is van ontslag uit een combinatiefunctie als bedoeld in het document ‘Bestuurlijke afspraken Impuls brede scholen’ toont het bevoegd gezag met ter zake overtuigende documenten aan dat overleg met de andere organisaties waar betrokkene werkzaam (maar niet in dienst) is, niet heeft geleid tot het voorkomen van het ontslag. Daarnaast dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4 , categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub t, stelt: Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband) 1. extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en 2. (vervallen) 3. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 4. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) 1. (vervallen) 2. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 3. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). t Ontslag wegens beëindiging van een landelijke subsidie Dit artikel heeft betrekking op ontslagen als gevolg van de beëindiging van landelijk door de overheid beschikbaar gestelde subsidies. Van een landelijke subsidie is sprake indien ieder bevoegd gezag in het primair onderwijs in principe voor deze subsidie in aanmerking komt. Dit in tegenstelling tot niet landelijke subsidies of subsidies van derden. Deze laatstgenoemde subsidies kunnen beschikbaar zijn op bijvoorbeeld uitsluitend gemeentelijk of regionaal niveau. In dat geval komen niet alle bevoegde gezagsorganen voor de subsidie in aanmerking. Gelet op het vereveningskarakter van het Participatiefonds geldt voor die gevallen de reguliere formatieve toets als bedoeld in artikel 7 , 7A of 7B van dit reglement, inclusief de daar genoemde inspanningsverplichting. Werkgelegenheidsbeleid Werkgevers die werkgelegenheidsbeleid hanteren kunnen indien gewenst uitsluitend personeel met een tijdelijk dienstverband op dit artikel melden. u Vervallen v Ontslag wegens bezuiniging op ambulante begeleiding en de leerlinggebonden financiering Ontslaggrond De reden voor het ontslag is de vermindering van de bedragen van de rugzak speciaal basisonderwijs en het leerlinggebonden budget cluster 3 en 4 als gevolg van het Besluit van 31 maart 2010 tot wijziging per 1 augustus 2010 van enkele bedragen van het leerlinggebonden budget in het Besluit bekostiging WPO en het Bekostigingsbesluit W.V.O (Staatsblad 2010, 156). Onvermijdbaarheid ontslag Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat als gevolg van de wijziging van het Besluit bekostiging WPO en het Bekostigingsbesluit W.V.O vermindering is opgetreden van de rijksbekostiging voor ambulant begeleiders voor cluster 3 en 4 en personeelsleden in het speciaal basisonderwijs. De daling van deze rijksbekostiging is miniaal gelijk aan de omvang van het gemelde ontslag. Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub v, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Beëindigingovereenkomst In plaats van bovengenoemd afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub v, aan betrokkene is kenbaar gemaakt, kan het bevoegd gezag ook een afschrift van een beëindigingovereenkomst overleggen waaruit tenminste blijkt dat: 1. het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd, 2. het bevoegd gezag heeft voorgesteld het dienstverband te beëindigen, en 3. de reden daarvoor is gelegen in de in dit artikel genoemde ontslaggrond. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub v, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Inspanningsverplichting Om flankerend beleid vast te stellen dat erop gericht is om optimale voorwaarden te scheppen voor de mobiliteit van met ontslag bedreigde personeelsleden, hebben de minister van OCW, de PO-raad, de WEC-raad en de centrales het Convenant flankerend beleid naar aanleiding van wijziging van het Besluit bekostiging WPO en het Bekostigingsbesluit W.V.O. in verband met de wijziging van enkele bedragen van het leerlinggebonden budget gesloten. Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub v, overlegt het bevoegd gezag een schriftelijke verklaring waarin het volgende dient te zijn opgenomen: a. het bevoegd gezag heeft het personeelslid dat hij niet intern heeft kunnen herplaatsen, onverwijld aangemeld bij het matchpunt (als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Convenant), met vermelding van de datum waarop de aanmelding bij het matchpunt heeft plaatsgevonden en b. het bevoegd gezag heeft het matchpunt, ten aanzien van personeelsleden die zichzelf bij het matchpunt hebben aangemeld, in de gelegenheid gesteld om de in artikel 4, tweede lid, van het Convenant genoemde toetsing uit te voeren. Daarnaast dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4 , categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub v, stelt: Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband) 1. extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en 2. (vervallen) 3. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 4. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) 1. (vervallen) 2. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 3. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). v Ontslag wegens bezuiniging op ambulante begeleiding en de leerlinggebonden financiering Er is geen eenduidig antwoord te geven op de vraag wanneer er sprake is van ‘onverwijld aanmelden bij het matchpunt’. In elk geval is aan dat vereiste niet voldaan indien de periode tussen het moment van aanmelden en de datum van ontslag korter is dan de voor betrokkene geldende opzegtermijn. Het matchpunt toetst op grond van artikel 4, tweede lid, van het Convenant of de ontslagdreiging daadwerkelijk het gevolg van de bezuiniging is en of de werknemer feitelijk werkt als ambulant begeleider in het V(SO) dan wel in een functie in het speciaal basisonderwijs. Werkgelegenheidsbeleid Werkgevers die werkgelegenheidsbeleid hanteren kunnen indien gewenst uitsluitend personeel met een tijdelijk dienstverband op dit artikel melden.