1. Burgemeester en wethouders van de gemeente waar de school is gevestigd, en een rechtspersoon die zich de instandhouding van die school ten doel stelt, kunnen samen binnen zes maanden na inwerkingtreding van de wet bij Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een aanvraag indienen om de school als samenwerkingsschool in de zin van deze wet aan te laten merken, indien het betreft een basisschool als bedoeld in
artikel 1 van de Wet op het primair onderwijswaarvoor eerder op grond van
artikel 84 van de Wet op het primair onderwijs, onderscheidenlijk
artikel 63a van de Wet op het basisonderwijs, goedkeuring is verleend voor uitbreiding met een richting onderscheidenlijk openbaar onderwijs.
2.
Artikel 17d, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijsen
artikel 13 van de Wet medezeggenschap op scholenzijn niet van toepassing op de totstandkoming van een samenwerkingsschool op grond van deze overgangsbepaling.