BWBR0030067
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 4
Algemeen Reglement van het Nederlands Fonds voor de Film
Culturele criteria en staatssteunpercentages filmproducties ... [Regeling vervallen per 01-01-2013] 1 Om in aanmerking te komen voor subsidie in de zin van dit reglement dient een filmproductie, onverminderd het bepaalde in Europese staatsteun regelgeving, in het geval van speelfilms ten minste aan drie en, in het geval van de overige categorieën en minoritaire coproducties, aan twee van de hierna volgende kenmerken te voldoen: a. het scenario waarop de filmproductie is gebaseerd speelt zich in overwegende mate af in Nederland, of in een andere Lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland; b. ten minste één van de hoofdpersonages behoort tot de Nederlandse cultuur of het Nederlandse taalgebied; c. het scenario waarop de filmproductie is gebaseerd is hoofdzakelijk in de Nederlandse taal geschreven; d. het scenario van de filmproductie is gebaseerd op een van origine Nederlandstalig literair werk; e. het hoofdthema van de filmproductie heeft betrekking op kunst dan wel kunstenaars; f. het hoofdthema van de filmproductie heeft betrekking op historische figuren of gebeurtenissen; g. het hoofdthema van de filmproductie heeft betrekking op voor de Nederlandse bevolking relevante actuele culturele, maatschappelijke dan wel politieke kwesties. 2 Voor een filmproductie waarvoor een ander Nederlands bestuursorgaan en/of het Fonds een financiële bijdrage heeft verleend, kan slechts een zodanig bedrag aan subsidie worden verleend dat het totaal van verleende financiële bijdragen niet meer bedraagt dan 50% van de productiekosten. 3 Voor een ‘low budget’ filmproductie, in de zin van een filmproductie waarvan de productiekosten ten hoogste € 2.000.000,– bedragen, kan het percentage in het tweede lid maximaal 75% bedragen. 4 Voor een ‘moeilijke’ film, in de zin van een filmproductie die geen ‘low budget’ filmproductie is, maar overwegend is gericht op het Nederlandse taalgebied en derhalve beperkte commerciële waarde heeft, kan het in het tweede lid bedoelde percentage ten hoogste 75% bedragen, mits de regisseur, producent en scenarist bij de subsidieaanvraag een schriftelijke visie hebben gevoegd waaruit naar het oordeel van het bestuur blijkt dat de filmproductie: (i) bijdraagt aan de diversiteit van film in Nederland; en daarnaast: (ii) ofwel een opvallende artistieke verrijking en/ofwel een innovatieve aanvulling betekent op het reguliere filmaanbod in Nederland. 5 Alleen als de producent, regisseur en scenarist bij de subsidieaanvraag een schriftelijke visie hebben gevoegd waaruit naar het oordeel van het bestuur blijkt dat de aanvraag een onconventionele, grensverleggende en experimentele filmproductie met een naar verwachting lage acceptatiegraad van de markt betreft, kan het in het tweede lid bedoelde percentage maximaal 85% bedragen, ongeacht de hoogte van de productiekosten.