BWBR0030067
Artikel 20
Algemeen Reglement van het Nederlands Fonds voor de Film
1 Binnen vier maanden na voltooiing van de filmproductie of filmactiviteit dient de
subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in, tenzij een andere termijn is vastgelegd
in de uitvoeringsovereenkomst of de subsidie bij verlening al is vastgesteld. Indien
deze termijn wordt overschreden, is het bestuur bevoegd de verleende subsidie ambtshalve
vast te stellen.
2 De aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van de in artikel 19 en in de uitvoeringsovereenkomst genoemde bescheiden.
3 De ontvanger van de subsidie is verplicht aan het Fonds op verzoek alle bescheiden
en inlichtingen te verstrekken die het noodzakelijk acht voor het vaststellen van
de subsidie.
4 De ontvanger van een subsidie draagt er zorg voor dat zijn accountant medewerking
verleent aan een eventueel onderzoek door of vanwege het Fonds naar de door de accountant
van de aanvrager verrichte (controle) werkzaamheden. De kosten die zijn gemoeid met
de medewerking van de accountant, komen voor rekening van de aanvrager.
5 Het bestuur stelt de hoogte van de subsidie uiterlijk 22 weken na de in het eerste
lid bedoelde indieningtermijn vast.De hoogte van de subsidievaststelling kan niet
hoger zijn dan het bedrag van de subsidieverlening.
6 In afwijking van dit artikel kan het bestuur in bepaalde gevallen een beschikking
tot subsidieverlening geven, met vermelding van de datum waarop de activiteiten uiterlijk
moeten zijn verricht en van de datum waarop de subsidie uiterlijk door het fonds wordt
vastgesteld.
subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in, tenzij een andere termijn is vastgelegd
in de uitvoeringsovereenkomst of de subsidie bij verlening al is vastgesteld. Indien
deze termijn wordt overschreden, is het bestuur bevoegd de verleende subsidie ambtshalve
vast te stellen.
2 De aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van de in artikel 19 en in de uitvoeringsovereenkomst genoemde bescheiden.
3 De ontvanger van de subsidie is verplicht aan het Fonds op verzoek alle bescheiden
en inlichtingen te verstrekken die het noodzakelijk acht voor het vaststellen van
de subsidie.
4 De ontvanger van een subsidie draagt er zorg voor dat zijn accountant medewerking
verleent aan een eventueel onderzoek door of vanwege het Fonds naar de door de accountant
van de aanvrager verrichte (controle) werkzaamheden. De kosten die zijn gemoeid met
de medewerking van de accountant, komen voor rekening van de aanvrager.
5 Het bestuur stelt de hoogte van de subsidie uiterlijk 22 weken na de in het eerste
lid bedoelde indieningtermijn vast.De hoogte van de subsidievaststelling kan niet
hoger zijn dan het bedrag van de subsidieverlening.
6 In afwijking van dit artikel kan het bestuur in bepaalde gevallen een beschikking
tot subsidieverlening geven, met vermelding van de datum waarop de activiteiten uiterlijk
moeten zijn verricht en van de datum waarop de subsidie uiterlijk door het fonds wordt
vastgesteld.