BWBR0030067
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 16
Algemeen Reglement van het Nederlands Fonds voor de Film
Algemene verplichtingen ... [Regeling vervallen per 01-01-2013] 1 Het bestuur legt aan de subsidieontvanger de verplichting op dat: a. de doeleinden gesteld in het filmplan of het activiteitenplan op basis waarvan subsidie verleend is, op doelmatige wijze worden nagestreefd; b. (de resultaten van) de filmproductie of de filmactiviteit waarvoor een subsidie wordt verstrekt al dan niet tegen betaling openbaar toegankelijk zijn; c. het Fonds te allen tijde juist en waarheidsgetrouw wordt geïnformeerd. 2 Het bestuur kan aan de subsidieontvanger de verplichting opleggen dat: a. de administratie op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt gevoerd conform Nederlandse regelgeving, het Financieel & Productioneel Protocol en het bijbehorende Handboek Financiële Verantwoording; b. de administratie een juist, volledig en actueel beeld geeft van het functioneren van de aanvrager en op detailniveau aansluit op de door het Fonds goedgekeurde begroting en financieringsplan; c. van alle ontvangsten en uitgaven deugdelijke bewijsstukken waaruit de aard en de omvang van de geleverde goederen of van de verrichte diensten duidelijk blijken, aanwezig zijn en rapportages, kosten-, bestedings- en andere overzichten in de administratie van de aanvrager zijn opgenomen; d. de subsidie wordt uitgegeven conform de bestedingsverplichting, die eventueel is opgenomen in de deelreglement; e. de administratie en de daarbij behorende bewijsstukken ten minste gedurende vijf jaar na de vaststelling van de subsidie worden bewaard; f. de met exploitatie van de filmproductie of filmactiviteit te genereren opbrengsten volgens een bepaalde wijze worden verdeeld tussen de rechthebbenden en financiers en dat de opbrengsten van de, op grond van deze regeling verleende subsidie op een gegeven moment aangewend dienen te worden voor een volgende filmproductie of filmactiviteit , en, g. deze eenmaal per 12 maanden een tussentijds voortgangsverslag dient te verstrekken. 3 De subsidieontvanger doet onverwijld een melding aan het Fonds zodra: a. aannemelijk is dat de filmproductie of filmactiviteit waarvoor subsidie is verleend niet, of niet tijdig of niet geheel zal worden verricht conform het doel of het film- of activiteitenplan op basis waarvan subsidie is verleend; b. aannemelijk is dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan; c. substantiële wijzigingen zijn opgetreden ten opzichte van de bij de aanvraag overgelegde gegevens die aan het Fonds zijn verstrekt in het kader van subsidieverlening dan wel -vaststelling, of, d. met betrekking tot de uitvoering van de filmproductie of -activiteit wijzigingen zijn opgetreden ten opzichte van de aanvraag en/of bijzondere omstandigheden zich voordoen. 4 De subsidieontvanger toont aan, op in de beschikking tot verlening van subsidie aangegeven wijze, dat de filmproductie of filmactiviteit waarvoor de subsidie is verleend is gerealiseerd en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.