Artikel 1
1. In deze regeling gelden de begripsbepalingen die zijn gegeven in artikel 1 van het Staatsexamenbesluit vwo-havo-vmbo 2000.
2. Voorts wordt in deze regeling verstaan onder:
• ’voorzitter’: de voorzitter van het College voor examens;
• schriftelijke toets: schriftelijk onderdeel van het college-examen;
• mondeling examen: mondeling onderdeel van het college-examen;
• praktisch examen: praktisch onderdeel van het college-examen;
• opdracht: een vraag of een opdracht in een schriftelijke toets, mondeling of praktisch examen;
• examinator: door het College voor examens aangewezen beoordelaar van een mondeling of een praktisch examen
• eerste corrector: door het College voor examens aangewezen medebeoordelaar van een schriftelijke toets.
• tweede corrector: door het College voor examens aangewezen medebeoordelaar van een schriftelijke toets.
2. Voorts wordt in deze regeling verstaan onder:
• ’voorzitter’: de voorzitter van het College voor examens;
• schriftelijke toets: schriftelijk onderdeel van het college-examen;
• mondeling examen: mondeling onderdeel van het college-examen;
• praktisch examen: praktisch onderdeel van het college-examen;
• opdracht: een vraag of een opdracht in een schriftelijke toets, mondeling of praktisch examen;
• examinator: door het College voor examens aangewezen beoordelaar van een mondeling of een praktisch examen
• eerste corrector: door het College voor examens aangewezen medebeoordelaar van een schriftelijke toets.
• tweede corrector: door het College voor examens aangewezen medebeoordelaar van een schriftelijke toets.