Artikel 1
Mandaten, ondermandaten, volmachten en machtigingen, die op 13 oktober 2010 van kracht waren ten behoeve van functionarissen van het voormalige Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ten aanzien van de aangelegenheden op het terrein van het Directoraat-Generaal Wonen, Wijken en Integratie en van de Rijksgebouwendienst worden aangemerkt als mandaten, volmachten en machtigingen die zijn verleend door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan:
a. de Secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
b. de directeur-generaal Wonen, Wijken en Integratie;
c. de directeur-generaal Rijksgebouwendienst;
d. de functionarissen die gemachtigd zijn om namens de voormalige Minister voor Wonen, Wijken en Integratie in rechte op te treden;
e. de functionarissen aan wie door of namens de Secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de directeur-generaal Wonen, Wijken en Integratie, de directeur-generaal Rijksgebouwendienst of de plaatsvervangend secretaris-generaal van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, ondermandaat, volmacht of machtiging is verleend.
a. de Secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
b. de directeur-generaal Wonen, Wijken en Integratie;
c. de directeur-generaal Rijksgebouwendienst;
d. de functionarissen die gemachtigd zijn om namens de voormalige Minister voor Wonen, Wijken en Integratie in rechte op te treden;
e. de functionarissen aan wie door of namens de Secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de directeur-generaal Wonen, Wijken en Integratie, de directeur-generaal Rijksgebouwendienst of de plaatsvervangend secretaris-generaal van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, ondermandaat, volmacht of machtiging is verleend.