1. Het NCP bestaat uit een voorzitter en ten hoogste vier andere leden.
2. De leden worden door de minister benoemd voor een termijn van ten hoogste vier jaar en zijn herbenoembaar.
3. De minister draagt zorg voor openbaarmaking van een vacature in het NCP.
4. De leden worden, na overleg met de Ministers van Economische Zaken, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Infrastructuur en Milieu en met vertegenwoordigers van bedrijven en maatschappeljke organisaties, benoemd op grond van deskundigheid op het gebied van de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen, bemiddelingsbekwaamheid en maatschappelijke kennis en ervaring.
5. De leden brengen op persoonlijke titel hun kennis en ervaring in en treden niet op als vertegenwoordiger van een specifieke belangengroep.
6. De voorzitter en de andere leden kunnen door de minister, na overleg met de Ministers van Economische Zaken, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Infrastructuur en Milieu, worden geschorst en ontslagen wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de functie of wegens andere zwaarwegende in de persoon van de betrokkenen gelegen redenen. Ontslag vindt voorts plaats op eigen verzoek.
7. Aan de voorzitter van het NCP wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, ter hoogte van 21,65% van het maximumbedrag van salarisschaal 15 van
bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. Aan de leden van het NCP wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, ter hoogte van 17,05% het maximumbedrag van salarisschaal 15 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.