Voor de toepassing van
artikel 7, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968wordt:
a. een ondernemer die was genoemd in bijlage B, onderdeel a, zoals dat onderdeel luidde op 31 december 2005;
b. een ondernemer aan wie schriftelijk te kennen is gegeven dat het voornemen bestaat om te bevorderen dat de ondernemer zal worden opgenomen in bijlage B, onderdeel a, zoals dat onderdeel luidde op 31 december 2005;
c. een ondernemer die erkend is op grond van bijlage B, onderdeel c, zoals dat onderdeel luidde op 31 december 2010;
aangemerkt als een instelling die door de inspecteur is erkend als een instelling van sociale of culturele aard. Hierbij blijven de voorwaarden en beperkingen van kracht die met betrekking tot het verlenen van de vrijstelling zijn gesteld.