Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
– CCS-project: een samenhangend geheel van activiteiten dat: a. gericht is op het milieutechnisch veilig afvangen, transporteren en geologisch opslaan van CO2,
b. valt onder één van de categorieën, bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, onder I, van het NER-besluit en
c. voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van het NER-besluit;
a. gericht is op het milieutechnisch veilig afvangen, transporteren en geologisch opslaan van CO2,
b. valt onder één van de categorieën, bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, onder I, van het NER-besluit en
c. voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van het NER-besluit;
– EERP:verordening (EG) nr. 663/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 houdende vaststelling van een programma om het economisch herstel te bevorderen via financiële bijstand van de Gemeenschap aan projecten op het gebied van energie (PbEU 2009, L 200);
– ETS-richtlijn:richtlijn nr. 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van en regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PbEU 2003, L 275);
– minister: de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
– NER-besluit: besluit 2010/670/EU van de Commissie van 3 november 2010 tot vaststelling van criteria en maatregelen voor de financiering van commerciële demonstratieprojecten ter bevordering van de milieutechnisch veilige afvang en geologische opslag van CO2, alsook voor demonstratieprojecten ter bevordering van innovatieve technologieën voor hernieuwbare energie in het kader van de bij Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PbEU 2010, L 290);
– ondernemer: een natuurlijke persoon, een rechtspersoon, een vennootschap of een hiermee gelijk te stellen entiteit, die een onderneming in stand houdt, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld;
– onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;
– penvoerder: de door het samenwerkingsverband aangewezen penvoerende persoon of organisatie;
– procedureverordening:verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-verdrag (PbEG 1999, L 83);
– RES-project: een samenhangend geheel van activiteiten dat: a. gericht is op het ontwikkelen en toepassen van nieuwe technologieën voor hernieuwbare energie;
b. valt onder één van de categorieën bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van het NER-besluit;
c. voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van het NER-besluit;
d. innovatief is, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van het NER-besluit.
a. gericht is op het ontwikkelen en toepassen van nieuwe technologieën voor hernieuwbare energie;
b. valt onder één van de categorieën bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van het NER-besluit;
c. voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van het NER-besluit;
d. innovatief is, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van het NER-besluit.
– samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van activiteiten, niet zijnde een vennootschap;
– toekenningsbesluit: het besluit van de Europese Commissie bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van het NER-besluit;
– uitnodiging: de uitnodiging van de Europese Commissie van 3 april 2013 (PbEU 2013, C 94) tot het indienen van voorstellen zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het NER-besluit;
– voorwaardelijk toekenningsbesluit: het toekenningsbesluit dat nog afhankelijk wordt gesteld van de in de artikel 9 van het NER-besluit genoemde voorwaarden en nog geen rechtskracht heeft.
– CCS-project: een samenhangend geheel van activiteiten dat: a. gericht is op het milieutechnisch veilig afvangen, transporteren en geologisch opslaan van CO2,
b. valt onder één van de categorieën, bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, onder I, van het NER-besluit en
c. voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van het NER-besluit;
a. gericht is op het milieutechnisch veilig afvangen, transporteren en geologisch opslaan van CO2,
b. valt onder één van de categorieën, bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, onder I, van het NER-besluit en
c. voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van het NER-besluit;
– EERP:verordening (EG) nr. 663/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 houdende vaststelling van een programma om het economisch herstel te bevorderen via financiële bijstand van de Gemeenschap aan projecten op het gebied van energie (PbEU 2009, L 200);
– ETS-richtlijn:richtlijn nr. 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van en regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PbEU 2003, L 275);
– minister: de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
– NER-besluit: besluit 2010/670/EU van de Commissie van 3 november 2010 tot vaststelling van criteria en maatregelen voor de financiering van commerciële demonstratieprojecten ter bevordering van de milieutechnisch veilige afvang en geologische opslag van CO2, alsook voor demonstratieprojecten ter bevordering van innovatieve technologieën voor hernieuwbare energie in het kader van de bij Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PbEU 2010, L 290);
– ondernemer: een natuurlijke persoon, een rechtspersoon, een vennootschap of een hiermee gelijk te stellen entiteit, die een onderneming in stand houdt, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld;
– onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;
– penvoerder: de door het samenwerkingsverband aangewezen penvoerende persoon of organisatie;
– procedureverordening:verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-verdrag (PbEG 1999, L 83);
– RES-project: een samenhangend geheel van activiteiten dat: a. gericht is op het ontwikkelen en toepassen van nieuwe technologieën voor hernieuwbare energie;
b. valt onder één van de categorieën bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van het NER-besluit;
c. voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van het NER-besluit;
d. innovatief is, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van het NER-besluit.
a. gericht is op het ontwikkelen en toepassen van nieuwe technologieën voor hernieuwbare energie;
b. valt onder één van de categorieën bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van het NER-besluit;
c. voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van het NER-besluit;
d. innovatief is, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van het NER-besluit.
– samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van activiteiten, niet zijnde een vennootschap;
– toekenningsbesluit: het besluit van de Europese Commissie bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van het NER-besluit;
– uitnodiging: de uitnodiging van de Europese Commissie van 3 april 2013 (PbEU 2013, C 94) tot het indienen van voorstellen zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het NER-besluit;
– voorwaardelijk toekenningsbesluit: het toekenningsbesluit dat nog afhankelijk wordt gesteld van de in de artikel 9 van het NER-besluit genoemde voorwaarden en nog geen rechtskracht heeft.