BWBR0029244
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 8.20
Belastingwet BES
Ambtshalve vermindering ... 1 Een onjuiste belastingaanslag of beschikking kan door de inspecteur ambtshalve worden verminderd. Een in de belastingwet voorziene vermindering, ontheffing of teruggaaf kan door hem ambtshalve worden verleend. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene die een onjuist bedrag op aangifte heeft voldaan of afgedragen, of van wie een onjuist bedrag is ingehouden. 3 De termijn waarbinnen de belanghebbende aanspraak kan maken op het ambtshalve verlenen van vermindering van een onjuiste belastingaangifte of beschikking of op het ambtshalve verlenen van een in de belastingwet voorziene vermindering, ontheffing of teruggaaf vervalt: a. voor aanslagbelastingen: door verloop van vijf jaar na het einde van het kalenderjaar waarop de belastingaanslag, onderscheidenlijk de vermindering, de ontheffing of de teruggaaf, betrekking heeft, waarbij voor afwijkende tijdvakken deze termijn gaat lopen na afloop van het boekjaar of belastingtijdvak, terwijl voor tijdstipbelastingen de termijn gaat lopen na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan; b. voor aangiftebelastingen: door verloop van vijf jaar na het einde van het belastingjaar waarin de belastingschuld is ontstaan of waarop de vermindering, de ontheffing of de teruggaaf betrekking heeft. 4 Tenzij is gebleken in hoeverre de belastingaanslag of de beschikking onjuist is, verleend de inspecteur geen vermindering, ontheffing of teruggaaf als een verzoek om vermindering of teruggaaf betrekking heeft op een belastingaanslag, onderscheidenlijk een beschikking, waarvoor: a. de vereiste aangifte niet is gedaan; of b. niet volledig is voldaan aan de verplichtingen ingevolge de artikelen 8.13, tweede lid , 8.83 , 8.84 , 8.86 , 8.87 en 8.87a voor zover het verplichtingen van administratieplichtigen betreft ten behoeve van de heffing van de belasting waarvan de inhouding aan hen is opgedragen.