BWBR0029244
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 6.22
Belastingwet BES
... 1 Op schriftelijk verzoek van de ondernemer kan aan hem door de inspecteur: a. ontheffing van het voldoen van belasting worden verleend indien de ondernemer een natuurlijke persoon is, in het openbaar lichaam woont of is gevestigd dan wel aldaar een vaste inrichting heeft, en de ondernemer aannemelijk kan maken dat hij per kalenderjaar een omzet exclusief algemene bestedingsbelasting zal behalen van USD 32.000 of minder; b. teruggaaf worden verleend van de belasting die door hem reeds op aangifte is voldaan in het kalenderjaar met ingang waarvan hij van de belasting is ontheven. 2 In afwijking van het eerste lid, kan ook de aldaar bedoelde ontheffing worden verleend aan de ondernemer, een andere dan een natuurlijk persoon, die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend sociale of culturele prestaties verricht. Om in aanmerking te kunnen komen voor ontheffing dient de ondernemer voorafgaand aan het verrichten van de sociale of culturele prestaties, een schriftelijk verzoek aan de inspecteur te richten. 3 Indien een ondernemer meer dan één bedrijf of beroep heeft of uitoefent, worden deze bedrijven of beroepen voor de toepassing van dit artikel gezamenlijk in aanmerking genomen. 4 De ondernemer aan wie een ontheffing is verleend, is verplicht periodiek aan de inspecteur een opgave te doen van zijn omzet. Voor het vaststellen van deze periode zijn de bepalingen van artikel 6.15 en 8.11 van overeenkomstige toepassing. Indien de ondernemer verzuimt een opgave te doen, kan de inspecteur de ontheffing intrekken. 5 Indien de ondernemer die is ontheven van het voldoen van de belasting in een kalenderjaar een bedrijfsomzet exclusief algemene bestedingsbelasting heeft behaald van meer dan USD 32.000 wordt hij alsnog over zijn prestaties in dat jaar belasting verschuldigd. In dat geval vervalt de ontheffing van die ondernemer. De ondernemer is verplicht de verschuldigde belasting op de eerste aangifte van het volgende kalenderjaar te voldoen. 6 De ontheffingen als bedoeld in het eerste en tweede lid worden verleend bij voor bezwaar vatbare beschikking en gelden met ingang van het kalenderjaar waarin de inspecteur de ontheffing heeft verleend. Op de ondernemer aan wie een ontheffing als bedoeld in het eerste en tweede lid is verleend, blijven de bepalingen van dit hoofdstuk onverkort van toepassing. 7 Indien na afloop van een kalenderjaar blijkt dat de ondernemer, zijnde een natuurlijke persoon, die in het openbaar lichaam woont of is gevestigd dan wel aldaar een vaste inrichting heeft, over dat kalenderjaar een omzet exclusief algemene bestedingsbelasting heeft behaald van USD 32.000 of minder en hem voor dat jaar geen ontheffing was verleend, krijgt op schriftelijk verzoek teruggaaf van de door hem over dat jaar op aangifte voldane belasting. 8 Het in het eerste, vijfde en zevende lid vermelde bedrag wordt bij het begin van het kalenderjaar bij ministeriële regeling vervangen door een ander. Dit bedrag wordt berekend door het te vervangen bedrag te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor van artikel 25 van de Wet inkomstenbelasting BES en vervolgens de nodig geachte afronding aan te brengen. Indien in het voorafgaande jaar een dergelijke afronding is toegepast, kan bij vervanging worden uitgegaan van het niet-afgeronde bedrag. 9 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter zake van de toepassing van dit artikel en kunnen ondernemers worden aangewezen waarop in afwijking van het bepaalde in de tweede volzin van het zesde lid de bepalingen van dit hoofdstuk niet of gedeeltelijk niet van toepassing zijn.