BWBR0029236
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 5.5
Douane- en Accijnswet BES
... 1 Een beschikking tot toelating, bedoeld in artikel 5.4, derde lid , wordt door de inspecteur ingetrokken, indien blijkt dat: a. onjuiste of onvolledige gegevens werden verstrekt die van beslissende invloed zijn geweest op de totstandkoming van het besluit tot toelating; b. is gehandeld in strijd met de bepalingen van dit hoofdstuk of de daarop berustende bepalingen; c. de aan de toelating verbonden voorschriften en beperkingen niet of niet volledig in acht genomen zijn; d. is gehandeld in strijd met de bepalingen van de hoofdstukken I , II en III van deze wet; of e. het bedrijf is gestaakt. 2 Een beschikking tot toelating kan tevens door de inspecteur worden ingetrokken indien het bedrijf niet langer voldoet aan de in artikel 5.4 voor toelating tot een handels- en dienstenentrepot gestelde eisen. 3 Intrekking kan op grond van het eerste lid: a. onderdeel a, geschieden met terugwerkende kracht tot en met de datum van dagtekening van de beschikking waarin is besloten tot toelating; b. onderdeel b, c, d of e, geschieden met terugwerkende kracht tot en met de dag waarop de in de genoemde onderdelen aangegeven handeling werd verricht. 4 De intrekking van de beschikking tot toelating, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt aangemerkt als een beschikking van de inspecteur. 5 Intrekking van de beschikking tot toelating, bedoeld in het eerste en tweede lid, verplicht de desbetreffende rechtspersoon zich binnen zes maanden na dagtekening van de beschikking tot intrekking uit het handels- en dienstenentrepot te verwijderen. 6 Indien de rechtspersoon zich niet binnen zes maanden na dagtekening van de beschikking tot intrekking uit het handels- en dienstenentrepot verwijdert, kan de verwijdering per direct geschieden op kosten van de betrokken rechtspersoon.