BWBR0029236
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 3.27
Douane- en Accijnswet BES
... 1 Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, is voor de invoer met vrijstelling een vergunning vereist. Een vergunning kan eenmalig of doorlopend zijn. Aan een vergunning kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden. 2 De vergunning dient vóór de aangifte ten invoer, dan wel in voorkomend geval vóór de aan de invoer voorafgaande uitvoer van de goederen, te zijn verkregen. In voorkomende gevallen kan een vergunning op de aangifte worden verleend. 3 Belanghebbende dient daartoe tijdig langs elektronische weg en in voorkomend geval schriftelijk een verzoek in bij de inspecteur en verstrekt daarbij alle informatie die nodig is voor een juiste beoordeling van het verzoek. Indien de inspecteur dit nodig acht, kan hij een termijn vaststellen waarbinnen de belanghebbende aanvullende informatie dient te verstrekken. 4 De beslissing van de inspecteur wordt op schrift gesteld en gemotiveerd. 5 De vergunninghouder is gehouden de inspecteur mededeling te doen van elk feit dat zich voordoet na afgifte van de vergunning dat gevolgen kan hebben voor de handhaving of de inhoud van de vergunning. De vergunninghouder is desgevraagd gehouden aan de inspecteur de goederen aan te wijzen waarop de vrijstelling betrekking heeft. 6 Op verzoek van de belanghebbende wordt de weigering van een vrijstelling, waarvoor geen vergunning vereist is, op schrift gesteld.