BWBR0029236
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 3.101
Douane- en Accijnswet BES
... 1 De in artikel 3.99, eerste lid, onderdeel a , bedoelde vrijstelling wordt verleend voor de invoer van personenvoertuigen indien een schriftelijke aangifte ten invoer is gedaan door inlevering van: a. een carnet de passage en douane, dat is afgegeven door en onder aansprakelijkheid van een vereniging die is aangesloten bij de Alliance Internationale de Tourisme of de Fédération Internationale Automobile; of b. een identiteitskaart, afgegeven door de daartoe bevoegde autoriteiten. 2 Personenvoertuigen die overeenkomstig het eerste lid, onderdeel a, ten invoer worden aangegeven, dienen binnen de geldigheidsduur van het carnet, doch uiterlijk twaalf maanden na de datum van invoer weer te worden uitgevoerd. 3 Personenvoertuigen die overeenkomstig het eerste lid, onderdeel b, ten invoer worden aangegeven, dienen binnen 30 dagen na de datum van invoer weer te worden uitgevoerd. 4 De inspecteur kan op grond van bijzondere omstandigheden een verlenging van de in het derde lid bedoelde termijn toestaan. 5 Op de aangifte ten invoer wordt als document afgegeven het overgelegde carnet of de identiteitskaart. 6 Voor de afgifte van het carnet behoeft geen zekerheid te worden gesteld.