BWBR0029236
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 2.73
Douane- en Accijnswet BES
... 1 Er ontstaat een douaneschuld bij invoer, indien aan met vrijstelling van invoerrechten ingevoerde goederen: a. zonder toestemming van de inspecteur een andere bestemming wordt gegeven dan die waarvoor de vrijstelling is verleend; b. de overige aan de vrijstelling verbonden voorwaarden niet, niet tijdig of niet behoorlijk zijn nagekomen; of c. de vrijstelling ten onrechte is verleend doordat onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt dan wel andere goederen in de plaats zijn gesteld van die waarop de vrijstelling betrekking heeft. 2 De douaneschuld ontstaat op het tijdstip waarop in een geval als bedoeld in: a. het eerste lid, onderdeel a, de goederen zijn gebruikt op een wijze of voor doeleinden waarvoor de vrijstelling niet geldt, dan wel aan de goederen een andere bestemming wordt gegeven dan die waarvoor de vrijstelling is verleend; b. het eerste lid, onderdeel b, de voorwaarden niet, niet tijdig, of niet behoorlijk zijn nagekomen; of c. het eerste lid, onderdeel c, de goederen met vrijstelling zijn ingevoerd. 3 De schuldenaar van een douaneschuld, ontstaan ingevolge het eerste lid, is in een geval als bedoeld in: a. de onderdelen a en b, de vrijstellinggenietende; b. onderdeel c, de vrijstellinggenietende, de aangever en andere personen die de met vrijstelling ingevoerde goederen gebruiken, bewaren, verbergen, lossen, laden, vervoeren, in enig gebouw, erf of besloten terrein inslaan, voor handen hebben, of daaruit uitslaan, kopen, verkopen, te koop aanbieden, leveren of als geschenk aannemen, terwijl zij redelijkerwijs kunnen weten of vermoeden dat daarvan de invoerrechten niet zijn voldaan, noch de heffing daarvan zeker is gesteld.