BWBR0029236
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 2.58
Douane- en Accijnswet BES
... 1 De inspecteur is bevoegd goederen, die zich niet in vervoer bevinden en zich elders bevinden dan in of op een gebouw, erf of besloten terrein aan alle onderzoekingen en opnemingen te onderwerpen die hij nodig oordeelt. 2 Bij de onderzoekingen en opnemingen, noodzakelijk naar het oordeel van de inspecteur, van goederen als bedoeld in het eerste lid is de persoon onder wiens beheer zich deze bevinden, gehouden op eerste vordering van de inspecteur deze inzage te verlenen van de bij de goederen behorende vracht- of ladingspapieren, alsmede van de bescheiden welke krachtens deze wet bij de goederen aanwezig moeten zijn. 3 De persoon onder wiens beheer zich goederen als bedoeld in het eerste lid bevinden, is gehouden op vordering van de inspecteur terstond stil te staan. Artikel 2.54 is van overeenkomstige toepassing. 4 Degene aan wie inzage van de papieren of bescheiden, bedoeld in het tweede lid, wordt verzocht, wordt geacht die in zijn bezit te hebben, tenzij hij het tegendeel aannemelijk maakt.