BWBR0029236
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 2.24
Douane- en Accijnswet BES
... Bij regeling van Onze Minister van Financiën, teneinde de goede werking van deze wet te waarborgen, kunnen bepalingen worden vastgesteld met betrekking tot: a. de formaliteiten voorafgaand aan en aangaande het binnenbrengen op en het verlaten van de BES eilanden van schepen en luchtvaartuigen en de aan boord van deze schepen en luchtvaartuigen aanwezige goederen; b. het reizigersverkeer en postverkeer; c. de tijdelijke opslag; d. de douaneaangifte, mede ten dienste van de statistiek van de in-, uit- en wederuitvoer; e. het onderzoek van goederen en monsterneming; f. identificatiemaatregelen, middelen daaronder begrepen; g. zekerheid; h. het in kennis stellen van de inspecteur voorafgaand aan de doorvoer dan wel de vernietiging van goederen; i. de invoer van goederen met betaling van de verschuldigde invoerrechten onderscheidenlijk de invoer met gehele of gedeeltelijke vrijstelling van invoerrechten al dan niet na tijdelijke uitvoer; j. het doorgaande vervoer van binnengebrachte goederen, meer in het bijzonder de doorvoer en de overbrenging naar een ruimte voor tijdelijke opslag, een douane-entrepot of een handels- en dienstenentrepot; k. de invoer van goederen waarvoor met toepassing van de regeling actieve veredeling, bedoeld in artikel 3.96 , vrijstelling van invoerrecht wordt verleend, alsmede de uitvoer van goederen waarvoor met toepassing van de regeling passieve veredeling, bedoeld in artikel 3.80 gehele of gedeeltelijke vrijstelling van invoerrecht bij wederinvoer wordt verleend; l. de tijdelijke invoer van goederen met vrijstelling van invoerrecht; m. de uitvoer van goederen en de uitgaande opslag; n. het wijzigen van de douanebestemming die aan goederen is gegeven; o. de in-, op- en uitslag, het behandelen alsmede het tentoonstellen van goederen in een handels- en dienstenentrepot; p. diplomatiek goederenverkeer.