Artikel 1
1. Voor de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar in tijdelijke dienst voor de duur van de basisopleiding gelden de volgende hoofdrangen:
a. hoofdcommissaris;
b. commissaris;
c. hoofdinspecteur;
d. inspecteur;
e. hoofdagent;
f. brigadier;
g. agent;
h. aspirant;
2. Een in het eerste lid eerder genoemde rang is hoger dan een later genoemde rang.
a. hoofdcommissaris;
b. commissaris;
c. hoofdinspecteur;
d. inspecteur;
e. hoofdagent;
f. brigadier;
g. agent;
h. aspirant;
2. Een in het eerste lid eerder genoemde rang is hoger dan een later genoemde rang.