Artikel 1
Tijdens de uitoefening van de dienst dragen de volgende ambtenaren van politie een politielegitimatiebewijs volgens het door onze Minister vastgesteld model bij zich:
a. de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 3, onder a en c, van de Rijkswet, die werkzaam is bij het politiekorps, met uitzondering van de aspirant voor de duur dat hij geen praktijkstage volgt;
b. de door de korpsbeheerder politie aangewezen ambtenaren als bedoeld in artikel 3, onder b, van de Rijkswet, die over opsporingsbevoegdheid beschikken.
a. de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 3, onder a en c, van de Rijkswet, die werkzaam is bij het politiekorps, met uitzondering van de aspirant voor de duur dat hij geen praktijkstage volgt;
b. de door de korpsbeheerder politie aangewezen ambtenaren als bedoeld in artikel 3, onder b, van de Rijkswet, die over opsporingsbevoegdheid beschikken.