BWBR0028756
Artikel 13b
Wapenwet BES
1 De in artikel 13, eerste lid, bedoelde ambtenaren zijn bevoegd van de in artikel 2 onderdeel 4° tot en met 10°, bedoelde personen alle inlichtingen te verlangen die redelijkerwijs voor de vervulling
van hun taak met betrekking tot deze wet nodig zijn.
2 Zij zijn bevoegd van de in het eerste lid bedoelde personen inzage te verlangen van
boeken en andere zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dit redelijkerwijs voor
de vervulling van hun taak met betrekking tot deze wet nodig is.
3 Zij zijn bevoegd van de boeken en andere zakelijke gegevens en bescheiden kopieën
te maken. Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, zijn zij bevoegd
de boeken en andere zakelijke gegevens en bescheiden voor dat doel voor korte tijd
mee te nemen tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs.
4 De personen van wie inlichtingen of inzage van boeken en ander zakelijke gegevens
en bescheiden worden verlangd zijn, onverminderd het bepaalde in artikel 5, eerste lid, verplicht, die onverwijld te verstrekken.
5 Zij die uit hoofde van hun stand, beroep of ambt tot geheimhouding verplicht zijn,
kunnen zich verschonen van het verschaffen van inlichtingen, doch uitsluitend voor
zover het betreft hetgeen hun in hun hoedanigheid is toevertrouwd. Zij kunnen voorts
het verlenen van medewerking weigeren, voor zover hun plicht tot geheimhouding zich
daartoe uitstrekt.
van hun taak met betrekking tot deze wet nodig zijn.
2 Zij zijn bevoegd van de in het eerste lid bedoelde personen inzage te verlangen van
boeken en andere zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dit redelijkerwijs voor
de vervulling van hun taak met betrekking tot deze wet nodig is.
3 Zij zijn bevoegd van de boeken en andere zakelijke gegevens en bescheiden kopieën
te maken. Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, zijn zij bevoegd
de boeken en andere zakelijke gegevens en bescheiden voor dat doel voor korte tijd
mee te nemen tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs.
4 De personen van wie inlichtingen of inzage van boeken en ander zakelijke gegevens
en bescheiden worden verlangd zijn, onverminderd het bepaalde in artikel 5, eerste lid, verplicht, die onverwijld te verstrekken.
5 Zij die uit hoofde van hun stand, beroep of ambt tot geheimhouding verplicht zijn,
kunnen zich verschonen van het verschaffen van inlichtingen, doch uitsluitend voor
zover het betreft hetgeen hun in hun hoedanigheid is toevertrouwd. Zij kunnen voorts
het verlenen van medewerking weigeren, voor zover hun plicht tot geheimhouding zich
daartoe uitstrekt.