BWBR0028756
Artikel 13
Wapenwet BES
1 Met het toezicht op de naleving van het bij en krachtens deze wet bepaalde zijn belast:
a. de bij artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES aangewezen ambtenaren;
b. de douaneambtenaren.
2 De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd alle plaatsen, met uitzondering
van woningen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, waar, naar zij redelijkerwijs
kunnen vermoeden, in verband met de uitoefening van een bedrijf, wapenen aanwezig
zijn, te betreden, voor zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak met
betrekking tot deze wet nodig is. Wordt hun de toegang geweigerd, dan verschaffen
zij zich die desnoods met behulp van de sterke arm.
3 De in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde ambtenaren hebben te allen tijde toegang
tot alle plaatsen, waar, naar zij redelijkerwijze kunnen vermoeden, wapenen aanwezig
zijn, en kunnen op die plaatsen ter inbeslagneming huiszoeking doen. Is de plaats
een woning, tevens een woning of alleen door een woning toegankelijk, dan treden zij
deze zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner niet binnen dan op algemene
of bijzondere schriftelijke last van de officier van justitie, of op een bijzondere
schriftelijke last van een hulpofficier van justitie. Van het binnentreden wordt door
hen proces-verbaal opgemaakt, dat binnen twee maal vierentwintig uur aan degene, wiens
woning is binnengetreden, in afschrift worden toegezonden.
a. de bij artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES aangewezen ambtenaren;
b. de douaneambtenaren.
2 De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd alle plaatsen, met uitzondering
van woningen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, waar, naar zij redelijkerwijs
kunnen vermoeden, in verband met de uitoefening van een bedrijf, wapenen aanwezig
zijn, te betreden, voor zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak met
betrekking tot deze wet nodig is. Wordt hun de toegang geweigerd, dan verschaffen
zij zich die desnoods met behulp van de sterke arm.
3 De in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde ambtenaren hebben te allen tijde toegang
tot alle plaatsen, waar, naar zij redelijkerwijze kunnen vermoeden, wapenen aanwezig
zijn, en kunnen op die plaatsen ter inbeslagneming huiszoeking doen. Is de plaats
een woning, tevens een woning of alleen door een woning toegankelijk, dan treden zij
deze zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner niet binnen dan op algemene
of bijzondere schriftelijke last van de officier van justitie, of op een bijzondere
schriftelijke last van een hulpofficier van justitie. Van het binnentreden wordt door
hen proces-verbaal opgemaakt, dat binnen twee maal vierentwintig uur aan degene, wiens
woning is binnengetreden, in afschrift worden toegezonden.