BWBR0028756
Artikel 11
Wapenwet BES
1 Hij die de verbodsbepaling van artikel 1, overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete
van de derde categorie.
2 Hij die handelt in strijd met de artikelen 9, 13b, vierde lid, of met de bij of krachtens deze wet vastgestelde voorschriften, of niet voldoet
aan een vordering als bedoeld in artikel 13d, derde lid, of artikel 13e eerste lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de eerste
categorie.
3 Indien echter, naar hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden, enig voorwerp met
betrekking tot hetwelk het feit wordt begaan, is een bom, een handgranaat of een dergelijk
voor ontploffing of voor het verspreiden van verstikkende of vergiftigde gassen bestemd
wapen, wordt gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de tweede
categorie.
4 De bij deze wet strafbaar gestelde feiten worden, indien daarop mede gevangenisstraf
is gesteld, als misdrijven en overigens als overtredingen beschouwd.
van de derde categorie.
2 Hij die handelt in strijd met de artikelen 9, 13b, vierde lid, of met de bij of krachtens deze wet vastgestelde voorschriften, of niet voldoet
aan een vordering als bedoeld in artikel 13d, derde lid, of artikel 13e eerste lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de eerste
categorie.
3 Indien echter, naar hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden, enig voorwerp met
betrekking tot hetwelk het feit wordt begaan, is een bom, een handgranaat of een dergelijk
voor ontploffing of voor het verspreiden van verstikkende of vergiftigde gassen bestemd
wapen, wordt gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de tweede
categorie.
4 De bij deze wet strafbaar gestelde feiten worden, indien daarop mede gevangenisstraf
is gesteld, als misdrijven en overigens als overtredingen beschouwd.