BWBR0028746
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 947
Burgerlijk Wetboek BES Boek 4
... Om de hoegrootheid van het wettelijk erfdeel te bepalen, maakt men een opsomming van al de goederen, die op het tijdstip van het overlijden van de gever of erflater aanwezig waren; men voegt daarbij het beloop der goederen, waarover bij giften onder de levenden beschikt is, berekend naar de staat, waarin zij zich op het tijdstip der gift bevonden hebben, en hun waarde op het ogenblik van het overlijden van de gever; men berekent over al die goederen, na de schulden daarvan te hebben afgetrokken, hoeveel, naarmate van de betrekking der legitimarissen, het erfdeel is, hetwelk zij kunnen vorderen, en men trekt daarvan af hetgeen dezen, zelfs met vrijstelling van inbreng, van de overledene hebben ontvangen.