BWBR0028746
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 933
Burgerlijk Wetboek BES Boek 4
... 1 De geneesheren, heelmeesters, apothekers en andere personen de geneeskunde uitoefenende, welke iemand, gedurende de ziekte waaraan hij overleden is, bediend hebben, alsmede de bedienaars van de godsdienst, welke hem gedurende die ziekte hebben bijgestaan, kunnen geen voordeel trekken uit de uiterste wilsbeschikkingen, welke zodanige persoon, gedurende de loop dier ziekte, te hunnen behoeve mocht hebben gemaakt. 2 Ook kan degene die een voor de verzorging of verpleging van bejaarden of geestelijk gestoorden bestemde instelling exploiteert of die daarvan de leiding heeft of daarin werkzaam is, geen voordeel trekken uit de uiterste wilsbeschikkingen, welke zodanig persoon gedurende zijn verblijf in die instelling te zijnen behoeve mocht hebben gemaakt. 3 Hiervan zijn uitgezonderd: 1°. de beschikkingen tot vergelding van gedane diensten, bij wijze van legaat gemaakt, evenals bij het vorige artikel is vastgesteld; 2°. de beschikkingen ten voordele van de echtgenoot van de erflater; 3°. de beschikkingen, zelfs algemene, gemaakt ten voordele van bloedverwanten tot de vierde graad ingesloten, indien de overledene geen erfgenamen in de rechte linie mocht hebben nagelaten; tenware degene, te wiens voordele de beschikking gemaakt is, zelf onder het getal dier erfgenamen mocht behoren.