BWBR0028746
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 1112
Burgerlijk Wetboek BES Boek 4
... De erfgenamen moeten alle schenkingen onder de levenden, welke zij van de erflater hebben genoten, inbrengen en wel als volgt: 1° door de erfgenamen in de nederdalende linie, hetzij dezelve de nalatenschap zuiver, of onder het voorrecht van boedelbeschrijving hebben aanvaard, en hetzij dezelve slechts tot het wettelijk erfdeel of tot meer zijn geroepen; tenware de giften met uitdrukkelijke vrijstelling van inbreng zijn gedaan, of de begiftigden bij een authentieke akte, of bij uiterste wil, van de verplichting tot inbreng zijn ontheven; 2° door alle andere erfgenamen, hetzij bij versterf, hetzij bij uiterste wil, doch alleen in het geval dat de erflater of schenker de inbreng uitdrukkelijk heeft bevolen of bedongen.