BWBR0028743
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 451
Burgerlijk Wetboek BES Boek 1
... 1 Het mentorschap kan worden verzocht door de betrokken persoon, zijn echtgenoot of andere levensgezel, zijn bloedverwanten in de rechte lijn en die in de zijlijn tot en met de vierde graad, zijn voogd, zijn curator of zijn bewindvoerder, bedoeld in titel 19 . In het in artikel 450, derde lid , bedoelde geval kan het mentorschap uitsluitend worden verzocht door de betrokkene. 2 Het mentorschap kan, behoudens in het in artikel 450, derde lid , bedoelde geval, voorts worden gevorderd door het Openbaar Ministerie of worden verzocht door degene die de instelling waar de betrokkene duurzaam wordt verzorgd, exploiteert of die daarvan de leiding heeft. In het laatste geval wordt in het verzoekschrift tevens vermeld waarom de in het eerste lid genoemde personen – bloedverwanten in de zijlijn in de derde en vierde graad daaronder niet begrepen – niet tot indiening van een verzoek zijn overgegaan. 3 De rechter bij wie een verzoek of vordering tot ondercuratelestelling aanhangig is, kan bij afwijzing daarvan ambtshalve overgaan tot instelling van het mentorschap. 4 Een verzoek of vordering tot omzetting van curatele in mentorschap ten behoeve van een persoon die onder curatele is gesteld, wordt aanhangig gemaakt bij de rechter die bevoegd is over opheffing van de curatele te beslissen. Deze rechter kan, bij opheffing van de curatele, ook ambtshalve overgaan tot instelling van het mentorschap. 5 Het mentorschap treedt in werking daags nadat de griffier de beschikking heeft verstrekt of verzonden, tenzij de beschikking een later tijdstip van ingang vermeldt. In het geval, bedoeld in artikel 450, tweede lid , treedt het mentorschap in werking op het tijdstip waarop de betrokken persoon meerderjarig wordt.