BWBR0028743
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 338
Burgerlijk Wetboek BES Boek 1
... 1 De voogd zorgt dat het vermogen van de minderjarige, zoals dit bij het begin van zijn voogdij is samengesteld, zo spoedig mogelijk wordt geïnventariseerd. 2 Binnen acht weken na het begin van zijn voogdij doet de voogd ter griffie van het gerecht in eerste aanleg van de woonplaats van de minderjarige schriftelijk opgave van de bij dat begin aanwezige gerede gelden, effecten aan toonder en spaarbankboekjes. 3 Binnen acht maanden na het begin van zijn voogdij levert de voogd een ter bevestiging van haar deugdelijkheid door hem ondertekende boedelbeschrijving in ter griffie van het gerecht in eerste aanleg van de woonplaats van de minderjarige. 4 In de boedelbeschrijving is begrepen een opgave van de wijzigingen in de samenstelling van het vermogen tot het ogenblik dat zij wordt opgemaakt.