BWBR0028743
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 301
Burgerlijk Wetboek BES Boek 1
... 1 De ambtenaar van de burgerlijke stand geeft de rechter in eerste aanleg onverwijld kennis: a. van het overlijden van ieder die minderjarige kinderen achterlaat; b. van de aangifte van de geboorte van ieder kind, waarover de moeder niet van rechtswege het gezag uitoefent. 2 De ambtenaar van de burgerlijke stand geeft de voogdijraad onverwijld kennis: a. van het overlijden van ieder, die minderjarige kinderen nalaat, tenzij van rechtswege in het gezag over deze kinderen is voorzien; b. van de aangifte van de geboorte van ieder kind, geboren binnen 306 dagen nadat het huwelijk van zijn moeder door de dood van haar echtgenoot is ontbonden, en van ieder kind, ten aanzien van wie alleen het moederschap vaststaat; c. van iedere latere vermelding houdende een erkenning, die is toegevoegd aan een geboorteakte van een minderjarige; d. van iedere door hem toegevoegde latere vermelding van brieven van vaderschap; e. van iedere door hem toegevoegde latere vermelding van een rechterlijke uitspraak die een minderjarige betreft, houdende een ontkenning van het vaderschap, vernietiging van een erkenning, gegrondverklaring van een betwisting of inroeping van staat of vernietiging van zulk een uitspraak. 3 Indien het huwelijk van de overledene die minderjarige kinderen nalaat, gerechtelijk was ontbonden, of de overledene van tafel en bed gescheiden was, bericht de ambtenaar van de burgerlijke stand – zo de andere ouder nog leeft – deze omstandigheden tevens aan de voogdijraad; deze zendt alsdan de door hem ontvangen kennisgeving door aan de rechter in eerste aanleg die over het verzoek tot ontbinding van het huwelijk of tot scheiding van tafel en bed heeft beslist.